HomeIn eene nieuwe Schutterijwet moeten wij de voornaamste kracht zoeken voor onze verdedigingPagina 16

JPEG (Deze pagina), 816.07 KB

TIFF (Deze pagina), 6.97 MB

PDF (Volledig document), 25.33 MB

` l
é
. 14
Het bezettingsleger moet de liniën, forten en vestingen bezetten en ij
‘ daar ook onder dak gebracht worden. j
j De reserve moet gelegd worden in die garnizoenen achter de liniën,
{ waar in tijd van vrede het leger verblijf houdt. Op die wijze voorkomt V
men alle verwarring en kan het krijgsbestuur ten allen tijde over de j
noodige troepen beschikken.
Met cijfers zullen het door ons beweerde thans trachten te staven.
Voor het veldleger hebben wij ongeveer 40000 man noodig.
1 Voor de. bezetting onzer liniën heeft men gemiddeld 45000 man 3;
. noodig, terwijl eene reserve van 35000 man zeer wenschelijk is voor
. aanvulling der verliezen, ontstaan door den vijand en door ziekte.
i De krijgsgeschiedenis doet ons zien hoe talrijk de verliezen gedurende i
den oorlog kunnen zijn, terwijl de krijgskunst ons aantoont, dat de
strijdkrachten steeds aangevuld moeten worden en men daarvoor eene
i goede reserve moet beschikbaar hebben.
. Wij moeten dus onmiddellijk kunnen beschikken over ongeveer 120 ;
duizend man, die in alle opzichten aan de tegenwoordige eischen der
krijgvoering beantwoorden.
Deze cijfers zijn niet uit de lucht gegrepen, maar berusten op deug- ·
_ delijke gegevens en berekeningen. . i g
Hoe komen wij nu aan dat benoodigde getal geoefende soldaten?
1 Wij hebben ’s jaars eene lichting voor de landmacht van 10400 j
miliciens, dat is in vijf jaren 52000 man, doch het verloop à 12°/O gi
* daarvan afgerekend, kunnen wij aan militie beschikken over' ruim
45000 mn. $
j De nominale sterkte der vijf lichtingen bedraagt, zooals we zooeven
zeiden 52000 miliciens. Feitelijk waren op den 1en Juli 1876 de vijf
lichtingen der landmacht sterk 46231 hoofden. _
De nominale sterkte levert met de feitelijke dus een verschil op van 1
5769 man, dat is een verloop van ruim 11 percent. Om echter i
i I het verloop niet te min te nemen, hebben wij het op 12 percent gesteld. K?
` ” Alle gediend hebbende miliciens vormen van hun 255*6 tot hun 30Sw
jaar de schutterij, wij kunnen dus aan schutterij beschikken over ruim j
(*) Zie Stieltjes, Militaire Studiën. ll, bladz. 23. j
. E j
"¤~«· ik 1 . .