HomeIn eene nieuwe Schutterijwet moeten wij de voornaamste kracht zoeken voor onze verdedigingPagina 11

JPEG (Deze pagina), 789.58 KB

TIFF (Deze pagina), 6.87 MB

PDF (Volledig document), 25.33 MB

9
leger zonder krijgstucht is een machteloos wapen in de hand van den
besten aanvoerder.
vs
‘ Met de bewapening onzer schutterij is het niet veel beter gesteld
dan met de oefening en discipline.
Volgens artikel 37 der schutterijwet >>ziillen de scheattergen niet
>>geweren van hetzelfde kaliber als bg het leger worden gewapend".
_ Aan dat artikel der schutterijwet wordt niet voldaan, want de
ti schutterij is gewapend met Snider geweren van een kaliber van 17,5
. I, m.M. en dan nog slechts de zoogenaamde keurcornpagnieën, d. w. z.
M de tot den eersten ban der· dienstdoende behoorende; de overige com-
pagnieën der dienstdoende, dus tweede ban of gehuwden, hebben de
gladloop-percussiegeweren model 1815, terwijl ons leger gewapend is
met Beaumont geweren met een kaliber van 11 m.M.
De legers die wij in den oorlog vermoedelijk tegenover ons zullen
zien, hebben allen geweren die verder en juister schieten dan ons
Snider geweer.
°" Onze schutterij zal dus altijd in het nadeel zijn en nog geen schot 4
kunnen lossen als de vijand reeds goede uitwerking van zijn geweer
kan verwachten.
Het tegenwoordige Fransche infanterie geweer Gras. heeft eene vi-
.J zier-indeeling die tot 1800 M. gaat; bij het Duitsche Manser geweer
strekt de vizier-indeeling zich tot 1600 M. uit, terwijl ons Snider _ ä
geweer. eene vizier-indeeling heeft, die slechts tot 1100 pas gaat, dat 1
·= is tot 825 M.
De geweren waarmede onze schutterij gewapend is, zijn de vroegere
vuursteengeweren, die eerst veranderd zijn in percussiegeweren, daarna
zijn de loopen van trekken voorzien, en thans zijn het achterlaad-
geweren. De loopen zijn echter over het algemeen zoodanig uitge-
schoten, dat de juistheid van het schot veel te wenschen overlaat.
Daarbij komt nog dat onze schutterij hoogst onvoldoende in het schie-
ten geoefend is en in sommige plaatsen zelfs in het geheel niet. De
i weinige schutters die goed schieten, zijn bijna alleen zij, die vroeger
in het leger gediend hebben.
j En mocht men soms meenen, dat onze schutterij voor de verdedi-
ï ging van vestingen en forten geen vérschietend geweer noodig heeft,
r
jl
á