HomeDe Engelsche expeditie tegen Chitral in 1895 beschouwd in verband met den oorlog van Nederland tegen AtjehPagina 7

JPEG (Deze pagina), 661.24 KB

TIFF (Deze pagina), 6.94 MB

PDF (Volledig document), 13.99 MB

l
l
j ,
x
5
zonder geraaktlieid te toonen, onderzoeken of er voor die
oordeelvellingcn ook grond is, en of zij die ons eritiseeren
niet het recht hebben ons te wijzen op hetgeen zelf
tot stand brengen. Een beschaafde Staat, die beschikt
.§ over vele hulpmiddelen van inaterieelen, intellectueelen en
. moreelen aard, moet, als hij wil, zegevieren over een
! volk dat ver in beschaving bij hem ten achter is. Maar
l de wil moet aanwezig zijn. Volhardt Nederland zijn
st- tegenwoordige houding, dan zal de Atjehoorlog nimmer
eindigen. Wie kan dat wenschen, behalve de leveranciers
voor onze strijdinaeht in Atjeh, en behalve de Atjehers
A die, als onze xwbonclgenooteiw, proliteeren van onze mildhoid
of, als onze vijanden, aan den krijg hun invloed en rijkdom
danken? En wie zegt ons, dat langs het kanaal onzer
bondgenooten , niet veel van onzen rijkdom hij onze
vijanden aanlandt? Q') °t Maakt dan ook een vreemden
indruk dat van vele zijden, zelfs nog onlangs van hoogst
oflieieelo zijde, de toestand in Atjeh gunstig wordt ge- _
. noemd, omdat de vijand onze rustige rust aehter de be-
! sehermende wallen van ons kleine stellingje in Atjeh, door
een groote troepeninacht bezet, niet stoort! Dat is dan
het resultaat van een reeds meer dan 2(l­jaren durenden
oorlog! Waarlijk, ons gevoel van nationale eigenwaarde
L is niet hoog ontwikkeld!
_ Laat ons thans nagaan onder welke omstandigheden de
Engelsehen met Chitral hebben afgerekend, op dezelfde
. voortvarende en energieke wijze als zij optraden in Abessinië,
, Asjanti, Egypte, Afghanistan, Birma, ja overal waar zij
strijd voerden.
(l) Zie 0. a. Snouek llurgronje de Atjehers Dl. l, blz. 154. lloezccr
de Oelama`s belang hebben bij het rekken van den oorlog blijkt eveneens
‘ uit dit werk tl, blz. l‘)(>).
Fi
1