HomeAan Zijne Excellentie den Heer Minister van Binnenlandsche Zaken. Geven met verschuldigden eerbied te kennen, Adrianus Kaptijn, Pagina 6

JPEG (Deze pagina), 782.67 KB

TIFF (Deze pagina), 6.89 MB

PDF (Volledig document), 7.88 MB

Daar echter de Pruisische Regering eerst in het laatst van November van dat
jaar hare toezegging voor de concessie verleende, konden ook eerst toen de onder-
handelingen tot vorming van het kapitaal ernstig worden opgevat.
Dan, het getij was in dien tijd verloopen.
De geldcrisis deed zieh meer en meer gevoelen en maakte het kapitaal wantrouwig,
zoodat het ten slotte bleek, dat Z()1ltlCI`St£LttJ[SllLllj)tlC onderneming niet zou kunnen slagen.
De ondergeteekenden wendden zich toen tot de Regering, welke niet ongenegen
scheen de onderneming te hulp te komen, doch van Hare zijde verlangde, dat, al- l
vorens deze toe te zeggen, eerst eene lbrmele verbindtenis voor de uitvoering der
concessie, van een solied huis moest voorliggen.
De groote linantiële huizen van hunnen kant verlangden eerst zekerheid omtrent
eventueele subsidie, en uit dezen vieieusen cirkel was geen uitweg.
llierop zijn algestuit de onderhandelingen onder anderen met de Berliner Handels-
` gesellschalt, de cornmanditaire vennootschap LENs EN BERGSMA en anderen.
Thans zijn ondergeteekenden geslaagd een als solide gereputeerd huis te verbinden,
blijkens bijgelegd kopij.
Van hunne zijde is derhalve aan de voorwaarde der Regering voldaan, en hopen
zij alsnu dat de llooge Nederlandsche Regering hunne gedurende vier jaren onvermoeide
pogingen moge bekioonen door de gevraagde subsidie te verleenen, waardoor de noor-
delijke provincien een nieuwe groote handelsweg en een lokaal verkeermiddel erlangen,
waaraan dringende behoelte bestaat.
lloezeer de tot standkoming onzer onderneming in Friesland en Drenthe gewenscht
wordt, blijkt uit de ondubbelzinnige bewijzen, door belanghebbenden gegeven, waarvan
wij hier eene opsomming laten volgen, welke nog verre van volledig is.
De Provinciale Staten van Friesland verklaarden dezen spoorweg den meest wen-