HomeAan Zijne Excellentie den Heer Minister van Binnenlandsche Zaken. Geven met verschuldigden eerbied te kennen, Adrianus Kaptijn, Pagina 5

JPEG (Deze pagina), 787.08 KB

TIFF (Deze pagina), 8.51 MB

PDF (Volledig document), 7.88 MB

MEIVIOHIE VAN TOELICHTING

Toen de ondergeteekenden in het voorjaar 1873 de concessie voor den spoorweg
l Harlingen­-Bolsward-Sneek--QIoure-Heerenveen-Hoogeveen-Koeverden in de rich-
I ting van Salzbergen verzochten. hadden zij gegronde redenen om te vooronderstellen,
l dat het hun zoude gelukken zonder hulp van den Staat de onderneming tot stand te
brengen.
Daar echter de Pruisische Regering eerst in het laatst van November van dat
jaar hare toezegging voor de concessie verleende, konden ook eerst toen de onder-
handelingen tot vorming van het kapitaal ernstig worden opgevat.
Dan, het getij was in dien tijd verloopen.
De geldcrisis deed zich meer en meer gevoelen en maakte het kapitaal Wantrouwig,
zoodat het ton slotte bleek, dat zonder Staatshulp de onderneming niet zou kunnen slagen.
De ondergeteekenden wendden zich toen tot de Regering, welke niet ongenegen
scheen de onderneming te hulp te kernen. doch van llare zijde verlangde, dat, al-
vorens deze toe te zeggen, eerst eene I`orn1ele verbindtenis voor de uitvoering der
concessie, van een solied huis moest voorliggen.
De groote Iinantiële huizen van hunnen kant verlangden eerst zekerheid omtrent
eventueele subsidie, en uit dezen vicieusen cirkel was geen uitweg.
Ilierop zijn algestuit de onderliandelingen onder anderen niet de Berliner llandels-
gesellschait, de eonnnanditaire vennootschao Lens EN B1·:nesim en 9 ‘~