HomeDoorgraving van Holland op zijn smalstPagina 7

JPEG (Deze pagina), 624.22 KB

TIFF (Deze pagina), 7.22 MB

PDF (Volledig document), 13.78 MB

In eene der eerste läroehures ter Bevordering van de
Doorgraving van Holland op zijn Smalst, uitgegeven
(Amst. 1858), wordt eene vergelijking der voordee-
len, van de Doorgraving of wel van eene verbetering van
het N. H. Kanaal te verwachten, als het eenige, wat ten
gunste van het laatstgenoemde pleit, opgegeven:
"De zekerheid, aan het uiteinde van het kanaal eene
goede haven en reede te vinden."
Later (1859) is de werkelijke waarde van die haven en
reede in twijfel getrokken, doordien beweerd werd, dat de
i toegang van uit zee minder goed was geworden , en werd
dus het bestaan van dat voordeel, hetwelk voornamelijk
in de zekerkczkl gelegen was, niet alleen van te vinden.
al maar ten allen ájde te kzuzmzzz 6m·<·e`/cm, ontkend. ‘
. Tevens werd als tegenhanger van de veranderljjkheid
` der zeegaten bij Texel, gewezen op den toestand van rust.
T waarin de bodem der zee bij en vóór Wijk aan Zee sedert
`_ eene lange reeks van jaren was gebleven.
. In het voorbijgaan gezegd, blijkt uit de ehronologisehe
orde der hierboven genoemde redeneringen, dat de ver-
ï zanding van de Texelsehe zeegaten, als een later b;j£·o­
nzmzd argument, ten voordeele der Doorgraving is ge-
T bruikt; zoodat de meerdere of mindere waarde daarvan,
T in geenen deele de kraelit van alle vroegere bjjgebragte
j - I Mem. v. Beantw. Commissie Ier Bevord<·rin;; der Doorgr. ISB?)
s
E
i
L
W