HomeDoorgraving van Holland op zijn smalstPagina 18

JPEG (Deze pagina), 702.07 KB

TIFF (Deze pagina), 7.27 MB

PDF (Volledig document), 13.78 MB

lli _;
Omdat bjj de eerste bezinking de klei (veel fijner verdeeld) Lt
veel langzamer zich nederzettende, reeds gedeeltelijk van` ?
l het zand is afgescheiden en in het water blijft zweven.
Bij het in beweging brengen en opnemen van denbodeni. -
wordt het bezinksel als het ware gewasschen; en bij eene ï
tweede bezinking heeft de afscheiding nog zuiverder plaats, i
omdat twee oorzaken in plaats van eene daartoe mede- i
werken, namelijk rz¢.sZ‘ en het ontmoeten van een “ligter j
milieu" het zoet water. i
De eigenlijke slib of klei daarentegen vindt in zee een i
zwaarder water, waarin het moeüelijker bezinkt; het wordt
gemakkelijker daarin opgehouden, totdat op de eene of Z
andere plaats betrekkelijke stilstand in de golven te vin- i
den is. In het midden der Noordzee, tusschen Engeland ,
en Denemarken, waar de meeste stilstand te verwachten ·
was, vindt nien dan ook eene uitgestrekte slijk- en mod- ‘
derbank. Daarhenen veronderstel ik dat de rivier klei
wordt gevoerd. Daar waar de zee frzzzyzamrz over een
ondiepen bodem heen spoelt, zonder inerkelijke sehuring,
zet zich die klei door de wrijving langs den grond ook
af, b. v. de lVadden.
Wil men deze gedachte aannemen, de wording der
banken wordt dan op eene wijze niet strijdig met de
waarneming der wezenlijke gesteldheid, verklaard; en
men kan behalve het hoe, waar en waarom, ook tevens
de vraag, waarom zum! alleen die banken uitmaakt, be-
antwoorden. ii.
Zand is overal toeh seheikundig hetzelfde. lVanneer
HIGH het rivierzand van slibbe en klei ontdoet, en men
voegt bij de verkregen "kiezel” fijn gerolde zeesehelpen,
mohn van de strandoevers uitgespeeld, zout en zeeplan-
ten, het is in zee- of duinzand veranderd.
Men behoeft dan niet aan tlots de fond of grondzeeen
te denken, en zoo doende iets aan te nemen, in strijd niet ‘
de ervaring. welke leert. dat de zee op den bodem betrek-