HomeDoorgraving van Holland op zijn smalstPagina 17

JPEG (Deze pagina), 705.17 KB

TIFF (Deze pagina), 7.24 MB

PDF (Volledig document), 13.78 MB

------«j - ­ « _- -. M1"? .i . _ z __ _ _ r de ___
l 5
naar de Noordzee, en naar den ()<·eaan. l)eze vloed ot` eb
schuurt, waar de vorm der kust zulks toelaat, langzaam
ivoarbgj, maar evenzeer den vorm der oevers volgende,
stroomt alle inhammen, hetzjj eene kreek, zeeboezem
i· of riviermond in en uit, zoodat bij die openingen eene
j dwarreling en stremmiug der stroomen ontstaat.
j Ontlast zich eene rivier in de zee; het rivicrwater is bij
N den mond met slibstotten, namelijk klei en fi_jn zand, be-
j zwangerd; terwijl het de zwaardere stoffen, grind, grot'
zand en ook steenbrckken en rotsen meer landwaarts in
j heeft afgezet. Dat water was voor het intreden van den
j vloed, tot op zekercn afstand in zee gespoeld; denzelven
” alsdan ontmoetende, ontstaat er bij die botsing een tijd-
perk van rust, waarin een deel van het zand bezinkt, alvo-
rens zoet en zout water gezamenlijk den riviermond worden
· ingestuwd. j
Dit zand bij na­ebbe en vóórvloed nedergezet, wordt bij
bewogen water van de minder diepe plaatsen opgenomen
en in suspensie gehouden, het water wordt geheel troebel,
en landwaarts ingevoerd wordende, (met mindere kracht
natuurlijk, dan die waarmede het zeewaarts was gebragt;)
ontmoet het de afkoniende rivier, deze zich met dien op-
komenden vloed vermengende, vermindert daardoor de spe-
cifieke zwaarte van het zoete water, het zand bezinkt op
nieuw en bijkans geheel, terwijl het nog onzuivere water over
= de ontstane bezinking henenvloeit, om die ieder getij, bij
iederen storm te vergrooten. Zoo ontstaat eene zandbank.
Vaa.r uitstroomend water, hetzij zoet, hetzij zout, slib-
stoffen in zich houdt, en de stroom wordt belemmerd, daar
zal een deel dier stoffen zich nederzetten, die nederzetting
vormt eene nieuwe belemmering, zoodat de volgende ne-
derzetting belangrijker wordt, en zoo is de zandbanken-
formatie doorloopend en toenemend.
V2tïlil'Ul\ zijn nu die banken zeewaarts alleen zand,
terwijl in de bedding der rivier meer klei wordt gevonden?
i