HomeHet Noordzee-kanaalPagina 9

JPEG (Deze pagina), 876.98 KB

TIFF (Deze pagina), 7.86 MB

PDF (Volledig document), 47.95 MB

7
, VV ien is het ooit in de gedachten gekomen, wie heeft ooit be-
weerd, dat men in het niet koopen van de aandeelen des Aanne-
mers van de zgde van het publiek, een blgk van tegenwerking
, moest zien? Trouwens, geen enkel van die aandeelen is tot heden
A het publiek aangeboden. Er kon dus geen sprake zgn van weigering.
De heer Pgnappel weet dit even goed als ik. Die tirade moet
dan ook alleen beschouwd worden als eene oratorische wending,
' pour le besoin de la cause, om te kunnen doen volgen, dat het
publiek de aandeelen wel zou gekocht hebben, indien men de idee
Eure van den heer Pgnappel - openbaarmaking van het aanne­·
mings-contract - verwezenlgkt had. ,
Het tweede punt: onvoldoende deehieming. t
De berekening van den heer Pgnappel van het aantal inschrij-
vingen beneden en boven f l000.~ en de gevolgtrekking daaruit jj
door hem afgeleid, is waarlgk niet onaardig en sehgnt oppervlakkig i
l juist; doch het is niet de kwestie of $[10 van het kapitaal zou
zgn bgeengebragt door inschrgvers voor f 5000.- en meer, maar il
{ door welke personen die som werd verschaft. Mag men inder­ , p
· daad met trots wgzen op de 760 inschrijvers voor een bedrag be- K
i neden f 1000.--, men ontleent welligt juist daaraan het regt met i ,
minachting te spreken, niet over hen die de overige 9/io van het i
5 kapitaal bgeenbragten, maar wel van de vele meervermogenden, die, t
in verhouding tot hunne maatsehappelgke positie, verre zgn gebleven p ,
I onder de deelneming van de bovengenoemde 760 inschrijvers. -­ E
, Als men de lgst van aandeelhouders gelieft te raadplegen, zal men ,
t bespeuren dat die i'/10 van de gevraagde 5 millioen bgna uitsluitend i
zgn bgeengebragt door firma’s met goederen­handel in betrekking, Q
kooplieden en reeders, cargadoors enz., en tevens, hoe weinig door
Y, rgke particulieren of bankiers is bggedragen.
De klagt over onvoldoende deelneming of ondersteuning geldt
vooral laatstgenoemde personen, en de heer Pgnappel moet wel r
een vreemdeling in Jeruzalem zgn om dat te kunnen ontkennen. S
Wat aangaat het eerste punt: >>geheime en boosaardige tegen- ~
werking”, vraagt de heer Pgnappel bewgzen (bladz. 8).
>>Het publiek is zwak van memorie," zegt hg, en die uitspraak is
juist. Daarom is het niet overbodig te achten, een beroep te doen Q
op de >>historische eonscientie” van de Hoofdstad, in ’t vertrouwen

ill

i