HomeHet Noordzee-kanaalPagina 8

JPEG (Deze pagina), 772.57 KB

TIFF (Deze pagina), 7.86 MB

PDF (Volledig document), 47.95 MB

.f' · ` `‘`‘' "‘·;·:ï=£¤"* ` ·’"‘* ‘
l
fi
van verspreiding van het boekje, o. a. door de toezending aan allen j
die eenigen invloed op de zaak zouden kunnen uitoefenen, wel eeni-
gen schän had of het geschrevene bestemd was tot leiddraad voor
de beraadslagingen. _
lk stel mij voor den schrijver in zijne Brochure zooveel mogelijk ä
op den voet te volgen, doch zal mn, wil ik niet in breedvoerigheid
vervallen, moeten bepalen tot wederlegging van de hoofdgrieven
door den heer Pijn appel opgesomd tegen de Amsterdamsche Ka- "
naalnnaatscliappij, want die met haar in betrekking staan of ooit
gestaan hebben, noch iemand vindt genade in Mr. Pijnappel’s
oogen. lk zal eenvoudig een beroep doen op de feiten, welke
misschien niet zoo versch meer in ’t geheugen liggen.
De heer Pijnappel besluit het eerste gedeelte van zijne Brochure
met de woorden: ·
>> lk moest eerst afrekenen met al de ongegronde beweringen, voor j
>>ik op een zuiver terrein mijne beschouwingen over den tegenwoor- '
>>digen toestand kan ontwikkelen? (Bladz. 28.)
Laat ons zien op welke wpze hn heeft trachten af te rekenen, ,
en de waarde dier afrekening toetsen aan de feiten.
De geachte schrijver bespreekt de volgende drie oorzaken, welke
tot mislukking of teleurstelling zouden hebben bügedragen, die hij
h eeft hooren noemen, doch die natuurlijk zijns inziens onjuist zijn.
10. Geheime en boosaardige tegenwerking (bladz. 7); i
Z". Onvoldoende deelneming in ’t maatschappelijk kapitaal door
het publiek; j
3°. verstokte boosheid van dat publiek, dat de aandeelen van den
Aannemer maar niet wilde koopen. o
En hij komt na een breedvoerig betoog tot de conclusie, dat al
die beschuldigingen uit de lucht zgn gegrepen.
lk veroorloof mij die volgorde om te keeren, te beginnen met het
laatste punt en te eindigen met het eerste.
`Wat het derde punt betreft kan ik volkomen met die con-
clusie vereenigen. Maar ik moet hier in navolging van den heer
l P ijnappel vragen: ls die bewering ernst of kortswijl?
l