HomeHet Noordzee-kanaalPagina 6

JPEG (Deze pagina), 765.88 KB

TIFF (Deze pagina), 7.82 MB

PDF (Volledig document), 47.95 MB

z
I
I
4
gebragt, zich daartoe aanbeden, aan hun voornemen tot wederleg-
ging van Mr. Pünappehs geschrijf gevolg zouden geven.
Tot heden schijnt het echter bg dat voornemen te zgn gebleven,
en dit noopt mg, hoezeer schoorvoetend, aan den wensch van vele
welgezinden te voldoen door het leveren van eenige beschouwin-
gen, welke strekken kunnen tot juister waardering van Mr. Pijn-
appel’s woorden.
Voor hen, die het welligt bevreemd heeft, dat zoo lang gewacht
werd met die beantwoording, zij het vorenstaande eene voldoende
verklaring.
De Brochure kan gevoegelijk in twee deelen gesplitst worden.
Het eerste gedeelte behelst:
l°. een betoog dat van geen tegenwerking in Amsterdam sprake
kan zijn; i
2°. een extract uit het bekend rapport van de Commissie, benoemd
in de bijeenkomst van aandeelhouders op 18 Januari 1865;
nader toegelicht door den schrijver; l
30. Eene poging tot zelfverdediging:
terwijl vele wenken worden gegeven, hoe men had behooren te
handelen om teleurstellingen te voorkomen.
Het tweede gedeelte bevat:
l°. een heftigen aanval op het beleid van den heer Thorbecke; en 4
2°. een betoog dat de Staat het werk voltooijen moet, eene aan-
sporing aan de aandeelhouders om zich dat à tout prix, ja
zelfs tot geen prijs te laten welgevallen, en voorts eene aan-
beveling voor den Minister. om. des noods met geweld, de §
concessie te vernietigen.
Wat de oude en nieuwe geschiedenis van de zaak betreft, deze E
wordt door den geachten schrnver gestoken in ’t kleed van eene
historische novelle, welke dikwhls het nadeel heeft, dat, ter wille
van het doel dat de schrijver zich voor oogen stelde, de feiten, welke g
de geschiedenis vormen, in een valsch licht worden geplaatst.
Enkelen meenden dat men dien stroom van woorden ongerept
zou kunnen laten voorbij vloeijen, omdat
l°. de zelfverdediging van den heer Pijn ap p el door alle onbevoor-
oordeelden mislukt genoemd mag worden; de verdediging van het beleid
des heeren Thorbecke niet tot onze roeping behoort; antwoord is .
l