HomeHet Noordzee-kanaalPagina 51

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 7.93 MB

PDF (Volledig document), 47.95 MB

/· xvir
verzilveren, -­ dat na de verlangde concessiewijzigingen de onderneming stellig
­ tot stand komen zou," en ons spoedig gebleken was, dat aan dit verlangen door
geen ander middel genoeg was te gemoet te komen, dan door eene overeenkomst
ij met de stad Amsterdam, hebben wij zoodanige overeenkomst ontworpen, welke
­­ naar wij gelooven - voor de Gemeente aannemelijk is en tot het beoogde
doel zal leiden.
l Aangezien die overeenkomst intusschen geene eigenlijke verbindtenis tot verzil-
vering van onze aandeelen bevat, hetgeen wij meenden van de stad, als voor
haar onaannemelük, en voor de Maatschappij minder wenschelük. niet te mogen
vragen, maar wel bevat de verbindtenis om ons de middelen te verschaffen, waar-
door wü in staat geraken zelve de verzilvering van ons papieren betaalmiddel
te verzekeren, hebben wij ons verpligt geacht het ontwerp van overeenkomst 1
ig aan de Ministers van Binnenlandsche Zaken en van Financiën mede te deelen,
ten einde te vernemen, of het aan de denkbeelden van Hunne Excellentiën be- j
antwoordde, en of in zoodanige overeenkomst - ware zü met Amsterdam te j
sluiten ­- het bewijs zou gelegen zgn, door Hunne Excellentiën verlangd. ‘
Na eenige briefwisseling tot toelichting van de overeenkomst, ontvingen wij van
Hunne Excellentiën, bij missive van 12 September ll., de verklaring, dat Zij ,,1net
ingenomenheid hadden kennis genomen van het denkbeeld der Directie, om zich
tot het Gemeentebestuur van Amsterdam te wenden, ten einde door eenigcn
maatregel van die züde dc bezwaren te zien weggenomen, welke aan het wel- j
slagen der onderneming in den weg staan, en dat Hunne Exccllentiën bereid zijn
om tot datzelfde doel onder de vroeger medegedeelde voorwaarden en onder voor-
behoud van goedkeuring bij de wet, Harerzijds toe te stemmen in enz." (volgden
de concessiewijzigingen, hierboven geformuleerd), nmits blijke, dat naar de over- `
tuiging van het Gemeentebestuur door die gemeenschappelijke ondersteuning de
voltooijing der werken redolükerwijze verzekerd te achten is." l
Na deze verklaring hebben wij gemeend dat, behoudens de regeling van eenige J
jj min beduidende details, volkomen overeenstemming met de Hooge Regering ver-
worven was, en hebben wij met te meer vertrouwen besloten ons ontwerp van
overeenkomst aan het Gemeentebestuur in te dienen, gelijk bij deze geschiedt.
Il Tot toelichting van dit voorstel diene het volgende:
Het voorstel is tweeledig, strekkende in de eerste plaats tot afstand van onze
reyten ban telhcf/ing enz., in de tweede plaats tot het erlangen van een v0w·sr·lwt
,4 op den prijs van dien afstand. ­­­ Beide onderdeelen, hoezeer met elkander in
verband staande, zijn toch wèl te onderscheiden.
Q Wij achten ons ontslagen van de taak een betoog te leveren van de weusche-
Q lükheid, dat de stad Amsterdam de beschikking erlange over de regten, uit Art. i
14 onzer Concessie voortvloeüende, (welke wij ter bekoiting voortaan met het
woord tollen willen aanduiden), hetzij om de opbrengst van deze zelve te genieten, I
hetzij om de tarieven naar eigen goedvinden te kunnen regelen, of wel geheel
vï geene regten te heffen, hetzü eindelijk, om in elk geval te voorkomen, dat de uit ‘l
Art. 14 voortspruitende regten in vreemde handen geraken.
ii Het is toch niet de eerste maal dat zoodanige overdragt aan Amsterdam ter
sprake komt. Reeds in 1863 verklaarde zich het Gemeentebestuur bereid tot den ‘
aankoop voor 5 millioen gulden, wat evenwel door de Directie der Maatschappij Y
als ontoereikend moest afgewezen worden; terwijl in 1864 aan den Raad door
vijf zijner leden een voorstel gedaan werd, strekkende tot mecrgemolden aankoop
4 ,
[
^
si
E ;
ä i