HomeHet Noordzee-kanaalPagina 48

JPEG (Deze pagina), 825.85 KB

TIFF (Deze pagina), 7.92 MB

PDF (Volledig document), 47.95 MB

T ‘ J
, ‘ W lï

wachten en zich aan het denkbeeld vastklemmen, dat. als maar- eerst deze Maat-
‘ schappg] veruietzlqd is, het kanaal alsdan voor rijksrekening zal gegraven worden. lj
{ Of men zeggen kan dat de inschrijvers dezer twee laatste klassen Tien eo1·;1n~1n
Tnouw AAN DE mscnniavme HEBBEN nnntennoruan, laat ik daar: doch dit is
zeker, dat alle inschrijvers, die op de vergadering aan de stemming deel nemen,
het regt hebben door hunne stem te helpen beslissen, of de Maatschappij zal blij-
Q ven bestaan, dan wel of men ze wil vernietigd zien. Dit moet blijken uit de per-
sonen, die de meerderheid tot Bestuurderen zal kiezen. De eerste taak van het
nieuw benoemde Bestuur zal zün: te overwegen het bestaan of de vernietiging der
Maatschappij; daarover behoort nu in deze vergadering niet gediskussiëerd te wor-
den. Het is mijn bescheiden gevoelen, dat ieder die thans zoodanige diskussie zon
willen uitlokken, het er op toelegt verwarring te veroorzaken, ten einde langs
dien weg zijn doel te bereiken.
Amsterdam, ll Februarij l865. (get.) J. F. Bnoins.
l
l Bijlage E. lj
EXTRACT UIT HET PROCESVERBAAL. `
=i
Vergadering 3l Mei l865.
De Heer Mr. M. J. Pijnappel verlangt daarna het woord. Hij wensehte in- ‘
lichtingen te ontvangen en bedenkingen te maken. Inlichtingen te ontvangen
wegens de nieuwe aannemingsvooi·waai·den en wegens de volgorde van uitvoering
van het werk. En dezelfde bedenkingen te maken wegens de overeenkomsten
voor de uitvoering der werken, als hij reeds in het begin rlezes jaars maakte en
thans nog heeft.
Hij verzocht openbaarmaking van de voorwaarden en toelichting van dezelve en
een woord van geruststelling wegens de uitvoering in het belang der Stad
Amsterdam.
Hij beweerde dat het vertrouwen in de zaak was geschokt door alles wat had
plaats gevonden, en dat hij aan züne verpligting tot storting op zijne gedane in- r,
schrijving niet zoude voldoen, zoolang hij geene voldoende mededeelingen ontvan­
gen had, als zich tot niets verpligt achtende.
Hij voegt er bij, dat als het Bestuur hieraan niet wil voldoen, hij alsdan consta-
teert dat hij een en ander weder te vergeefs had gevraagd.
De Heer Jitta beantwoordt hem met de opmerking, dat het gezegde veel wan-
trouwen in het Bestuur verraadt, doch dat noch de Commissarissen noch de leden
e van het Bestuur zich dat zullen aantrekken, waarom hij zulks verder met stilzwij·
» gen voorbijgaat. Hij toont aan en bewijst, door meer in 't bijzonder zaken en
omstandigheden op te noemen, het hoogst gevaarlijke eener bekendmaking van de ,i
voorwaarden, en de onbescheidenheid die daarin tegenover den aannemer ligt. ;j
Het meerendeel der aanwezigen geeft luide blijken van goedkeuring aan hetgeen i
door den Heer Jitta is gesproken.
De Heer Boeien wederlegt het tweede bezwaar van den Heer Pijnappel, wat de
l
il
. l
l l
,l
jl

l
‘ l