HomeHet Noordzee-kanaalPagina 47

JPEG (Deze pagina), 839.10 KB

TIFF (Deze pagina), 7.97 MB

PDF (Volledig document), 47.95 MB

'I
n
xm
naakte feiten geopenbaard werden, schijnt men het onnoodig geacht te hebben
daaruit eenige gevolgtrekking af te leiden. Hoe tocl1 kan het anders verklaard
worden, dat kandidaten voor de betrekking van Bestuurder worden aanbevolen,
die men na het rapport onmogelük mogt achten? Ik reken mij geregtigd en ver-
pligt daartegen müne zwakke stem te verheffen.
Welke is de toestand?
De Maatschappij is door een reeks van handelingen, die ik liever in het open-
baar niet wil kwalificeren, in den treurigsten toestand gebragt ......
Ik meen dat men eerlijk, te goeder trouw en met inspanning van alle krachten
moet beproeven het oorspronkelijk plan ten uitvoer te brengen; maar ook dat, als
die poging mislukt, even eerZç)`/c en met dezelfde goede trouw de Maatschappij moet j
worden ontbonden. Ik vrees niets zoozeer als een lang stuiptrekkend leven; mün I
leus is: goed of niet ..................
In dat Bestuur moeten alleen mannen zitting nemen, die bereid zijn opregt en ter l
goeder trouw op den oorspronkelijken grondslag voort te werken, ot`, indien dit niet
mogelijk is, zelven het initiatief te nemen om de Maatschappij te ontbinden
........................
I Amsterdam, 10 Februarij 1865. (get.) M. J. P1.m.u>PEL. [
.. 4
B1,]lage D. ,
(Ingezonden stuk door den Heer J. F. Brems.) l
In de Amsterdamsche Courant van heden, de regelen door den Heer Pijnappel
ingezonden gelezen hebbende, mag ik daarop niet zwijgen; men zou anders met ï
reden denken dat ik, als lid der Commissie, met de gevoelens van den Heer
Pijnappel instemde. De Heer Pijnappel meent, dat velen ons rapport ver-
ï keerd schünen opgevat te hebben; onder die velen behooren dan ook de Ministers I
‘ van Binnenlandsche Zaken en van Financiën. Indien de tegenwoordige Bestuur- *
deren zulke gevaarlijke menschen zijn, dat alleen door hun blijven in het Bestuur I
het te vreezen is dat de Maatschappij het kanaal niet zal kunnen opleveren, dan ,,
;` ware het de pligt onzer Commissie geweest, dit cordaat te doen uitkomen. Wat ‘
. zullen toch die drie Bestuurderen ten nadeele der zaak kunnen verrigten, wanneer
` zü vier nieuwe Bestuurders nevens zich krijgen, die nu wel zulke mannen zullen I
j zijn, die het onbetwijfelde vertrouwen van aandeelhouders genieten, en gecontro- fi
Q leerd door vijftien Commissarissen? Maar ik ga verder. Nieuwe Bestuurderen ,
zullen, althans bij de aanvaarding hunner betrekking, de inlichtingen van de tot
dusver gehandeld hebbende Bestuurderen niet kunnen ontberen. Ik zie slechts _
drie partüen te dezer zake. Een zeker groot deel inschrijvers, die dat uit waar
belang voor de zaak hebben gedaan. De tegenstanders zijn van tweederlei aard: ;‘°,
een deel die het belang van den Heer Burn beoogen; een ander deel, die, en ik
stel gaarne ter goeder trouw, van deze Maatschappij geen gunstig resultaat ver- j
ï é
i
i
. i
I