HomeHet Noordzee-kanaalPagina 44

JPEG (Deze pagina), 950.16 KB

TIFF (Deze pagina), 7.97 MB

PDF (Volledig document), 47.95 MB

t _; j
‘ I
l l
Y x
moet weten wat hem tc doen staar, en bovendien is de vergadering niet bevoegd
tot het nemen van zulk een besluit.
De heer van Hoëvell dankt den heer Pünappel voor diens duidelijke uiteenzet-
ting van het doel der commissie, en doet uitkomen, dat thans de vevyuligting rap~ J
port uit te brengen het eenige punt van verschil is. Hij voor zich heeft veronder-
steld dat eene commissie zonder rapport niet denkbaar is, en daarom beaamt hij
dc meening des heeren Pünappel. De commissie moet onderzoeken niet voor zich
alleen, maar ook voor alle deelhebbers. Inzonderheid ondersteunt hij het verzoek
door den heer Pijnappel tot den heer Hartsen gerigt, om intrekking van het laatste
deel van diens amendement. Niet deze vergadering is bevoegd tot de verlenging
van den stortingstermijn te besluiten; die bevoegdheid heeft alleen de directie, en
op hare verantwoordelijkheid kan zij daarvan gebruik maken, en den 13den Febru-
arü zal zij verslag geven vau hare verrigtingen. Tot dien dag is zij alleen en uit·
sluitend verantwoordelijk.
De heer Philips wüst op het belangrijke verschil tusschen de twee voorstellen,
en stelt derhalve voor dat eene commissie benoemd worde, aan welke alle büzon­
" derheden worden medegedeeld, die des geraden oordeelende rapport uitbrengt, en
met welke de directie zich over de te nemen maatregelen zal kunnen verstaan. I,
j De heer van der Horst verklaart zich daartegen, op grond van het zeer groote hi
verschil tusschen den stand der zaak op 24 November en dien op heden. In het
prospektus staat wel niets van storting door den aannemer, maar de inschrijvers
verkeerden in den waan, dat de eerste aannemers schatrijke lieden waren,_en sedert
. is het tegendeel gebleken. Nu is wel met een anderen aannemer gecontracteerd, j
maar geen de minste zekerheid der soliditeit is voor hem verkregen. Door den *
p Minister is gezegd dat op de 10 millioen van den aannemer 10 pCt. zullen gestort j
worden, en op grond daarvan oordeelt spr. dat de deelnemers, die nog niet gestort
hebben, zich van hunne inschrijving ontslagen kunnen achten.
De Voorzitter raadpleegt de vergadering over het voorstel der directie, doch de {
middelen om met het gevoelen der meerderheid bekend te worden, (eerst opstaan V
en zitten blijven, daarna het opzetten der hoeden) leiden niet tot eenig resultaat,
er ontstaat opschudding, verwarring, en door een der aanwezigen wordt hoofdelüke _
stemming verlangd.
De heer van Hoëvell vraagt of het verschil van zoo groot belang is, dat tot
zulk een omslagtigen arbeid moet worden overgegaan. Hij acht het voor de di- Q
rectie wenschelijk zich met het voorstel Hartsen te vereenigen. Zij wil in moeije­
lijke omstandigheden steun vinden bij eene raadgevende commissie, welnu, de te
benoemen commissie zal niet weigerachtig zijn, het bestuur met haren raad bij te
staan.
De heer Hartsen protesteert tegen de meening dat zijn voorstel synoniem is
met dat der directie, en betoogt, dat de door deze bedoelde commissie nutteloos en
voor het bestuur belemmerend is. Aan het verlangen des heeren Pünappel tot
' weglating van het laatste gedeelte van het amendement geeft hij toe.
· De heer A. van Bosse is tegen het benoemen eener commissie, en betoogt dat ,
deze vergadering niet bevoegd is voor de mededeelhebbers eene commissie van toe-
zigt te benoemen. Hij is het met den heer Hartsen eens, dat eene raadgevende jj
commissie de directie zou belemmeren. Door de commissie, welke deze aandeel-
honder beoogt, zal het bestuur niet verlamd worden; zij is noodig in het belang
der directie en in het belang der zaak.
ïï
‘ i
x`
«