HomeHet Noordzee-kanaalPagina 43

JPEG (Deze pagina), 948.53 KB

TIFF (Deze pagina), 7.94 MB

PDF (Volledig document), 47.95 MB

I' f
I
I
u
I
I ix I
I
I den; hij wenscht dat zij met dricdubbelc brillen alles nazie en licht verspreide; `
I maar geen belemmering van de directie en vooral de verantwoordelijkheid van deze I
I niet gebroken. (Levendzïqe l0ejuz`c/zz'ng.)
I De heer van Gelder betoogt dat de storting van den aannemer niet is te ver~
I wachten. l«Vic zulk een groot werk aanneemt, ziet zich reeds met zulke buitenge~
I wone en aanzienlüke uitgaven bezwaard, dat het mocijelijk, zoo niet onmogelijk
wordt meer van hem te eischen. Bovendien loopt de Maatschappij geen risico, daar
I toch de aannemer nooit meer aandeelen krijgt dan die het bedrag vertegenwoordi­ ~
I gen dat hü verwerkt heeft. Het belang dat de aannemer zelf bij het werk heeft
I biedt de grootste zekerheid aan; zulk een zekerheid krijgt men niet als de aan­ _
nemers wel gestort hebben, doch geen technische en fmanciëele waarborgen
opleveren.
De heer Hartsen zal het verschil tusschen zijn voorstel en dat der directie ver-
· duidelijken. De directie verlangt een commissie die haar als raadsman ter zijde
I sta; hij verlangt een commissie onafhankelijk van de directie, een commissie die
, onderzoekt de zaak en alles wat er op betrekking heeft, die inlichtingen krijgt
I over den juisten toestand der onderneming en vóór 13 Februarij rapport uit~
brengt; inmiddels kan de termijn van storting verlengd worden. Spreker gelooft
dat meer licht noodig is, om vóór 13 Fcbruarij de directie met de leiding der zaak
te kunnen belasten. I
I De Voorzitter verklaart dat de directie bij haar voorstel volhardt. Het mandaat
I der commissie moet aan deze geheel vrijgelaten worden. De directie mag, kan en I
zal eene beperking van haar gezag niet aannemen.
I De heer van den Honert zegt, in antwoord aan den spreker die gemeend heeft
dat de aannemer 10 pCt. zou storten, dat hij niet begrijpt hoe het mogelijk is dat, ,
_ wanneer men tien millioen in aandeelen in betaling krügt, men daarop kan ster- II
ten; de Maatschappij zou in allen geval op deze wijze het betaalmiddel verliezen, 1
dat zij nog heeft volgens contract, en vele moeijelijkheden zouden er het gevolg
I van zijn. Stortte de aannemer en vroeg hij zijne recepissen, dan zou het bestuur
niet geregtigd zijn ze hem te geven, zonder verraad te plegen tegen de Amster~
I, damsche aandeelhouders. In de vergadering van 24 Nov. werd gevraagd of de I
I aannemer, als stemhebbend aandeelhouder, niet een overwegenden invloed zou uit- I
I oefenen, en toen werd geantwoord dat de aannemer eerst aandeelhouder wordt I
5 wanneer hij gewerkt heeft. Nu is heden avond gevraagd welk middel er op ge­ I
Q vonden is om, wat bedoelde storting betreft, te voldoen aan de eisehen der wet, I I
en tevens de belangen der deelhebbers te behartigen. Juist over dit punt wil het
bestuur met de commissie te rade.
De heer Pijnappel gelooft dat niemand verlangen zal werkeloosheid van het
bestuur, terwijl de commissie onderzoekt; de commissie kan niet deelnemen aan
den arbeid van het bestuur en ook niet deelen zijne verantwoordelijkheid; maar II
dit zou wel het geval zijn, indien de commissie wordt eene zwijgende commissie "I
die geen rapport uitbrengt. Juist hierin, het niet­uitbrengen en het uitbrengen van I
rapport ligt het verschil tusschen de direetie en den heer Hartsen. Het tijd- ty
stip waarop rapport uitgebragt zal worden is een punt van later zorg, en de be- I
paling daarvan zou men aan de commissie kunnen overlaten. Vooraf echter dient eb
uitgemaakt te worden, dat er een rapport zal komen. Ten slotte geeft spr. den 1,
heer Hartsen in overweging, in te trekken dat gedeelte van zijn voorstel, hetwelk ’
strekt tot schorsing of verlenging van den termijn van storting. Elke deelhebber
. IQ
~ ’i
i