HomeHet Noordzee-kanaalPagina 42

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 7.94 MB

PDF (Volledig document), 47.95 MB

I
I
I
vm
c I
bezwaren genoemd en opgelost of wederlegd worden. Kan dit nu niet geschieden,
dan behoort de commissie een rapport uit te brengen, ter aanvulling van hetgeen E
heden avond niet geleverd kan worden. Spr. wijst op eene dwaling, waarin het j
publiek verkeert ten aanzien van de magtiging der regering tot het doen der I
storting: de deelhebbers steunden ten deze op de regering, zij meenden voor zich
een waarborg te vinden in de bepaling dat de stortin niet geschieden mag zonder
die magtiging, maar neen, de bedoelde waarborg is die van den Staat tegen de
deelhebbers, deze moeten zelven voor hunne belangen waken, en daartoe kan z. i.
het best eene commissie strekken.
De heer Philips doet uitkomen, dat tusschen het voorstel des heeren Hartsen
en dat der directie slechts het verschil bestaat, dat genoemde deelhebber, in strijd
met de meening der directie, onderzoek en uitbrengen van rapport voor de com-
missie vevplzjqtend wil maken. De directie oordeelt dat de commissie hierin geheel
vrij moet wezen. Maar terwijl de commissie werkzaam is moet de directie niet ·
stil zitten, anders gaat te veel kostelüke tijd verloren en loopt de zaak gevaar te j
mislukken. Ook op dien grond is het raadzaam, het aan de commissie over te ,
laten hoe zij hare taak begrüpt. I
De heer Mr. J. J. W. van den Biesen heeft tot zijn leedwezen vernomen, dat
X het bestuur en andere personen steeds in de onderstelling zijn geweest dat de aan­
, nemer niet storten en alleen aandeelen ontvangen moet; spr. en anderen hebben
I gemeend dat de aannemer wel moet storten. Geschiedt dit niet, dan kan of zal
Z. i. de Amsterdamsche Kanaalzmatschappä nooit bestaan. Men moge nu zeggen
dat honderden malen de zaken gebeuren zoo als hier wordt gehandeld, dit neemt
echter niet weg dat er groote moeijelijkheden uit kunnen ontstaan. Hoe zal de I
Maatschappij als regtspersoon kunnen handelen? Bijaldien niet het middel mogt
gevonden worden on1 van den aannemer de storting van 10 pCt. te verkrij­ _
gen, dan gaat de Maatschappij, spr. betuigt het met verdriet, de allerongelukkigste
toekomst te gemoet. Derhalve dringt hij bü het bestuur er zeer op aan, dat het,
alsnog zorge op de eene of andere wijze die eerste 10 pCt. door den aannemer te A
doen storten; latere stortingen door hem acht spr. niet noodig.
De heer Dr. W. R. baron van Hoëvell zegt dat hü deelhebber is voor een II
aanzienlijke som Hij begreep dat, toen hij inschreef, hij dit deed op de statuten j
der Maatschappij, en aangezien nu de toestand der Maatschappij, vergeleken met I
de statuten, na de inschrijving onveranderd is gebleven, achtte hij zich verpligt de 5
10 pCt. te storten. Maar nu vernam hü te ’s Gravenhage, dat hier te Amsterdam ë
een groote opschudding was ontstaan, dat velen om allerlei redenen niet zouden
storten; dit maakte hem ongerust, en hij begaf zich herwaarts. Zoo even hoorde
hij het rapport der directie; hij raadpleegde de statuten, toetste daaraan wat hij
gehoord had en vond maar één enkel onderscheid: alleen de naam des aannemers
is veranderd. En aangezien in de statuten geen naam genoemd, maar alleen van
een solied persoon gesproken wordt, is spr. gerust. (Toejuichingen.) Nu heeft de
· directie het benoemen eener commissie voorgesteld, en door den heer Hartsen is
hierop een amendement voorgesteld; het verschil tusschen het voorstel en het amende-
‘ ment is spr. nog niet duidelijk. De heer Hartsen kan toch niet bedoelen dat het
bestuur werkeloos blijve hangende het door de commissie in te stellen onderzoek;
want de statuten zijn de grondwet der deelhebbers, en volgens die statuten mag
het bestuur niet werkeloos zyn; zat het bestuur stil, dit ware ook niet in het be-
lang der deelhebbers. Gaarne zal spr. eene commissie van onderzoek zien optre·
I
I
I