HomeHet Noordzee-kanaalPagina 41

JPEG (Deze pagina), 0.95 MB

TIFF (Deze pagina), 7.94 MB

PDF (Volledig document), 47.95 MB

vir
de 10 millioen gestort heeft. antwoordt spr. ontkennend. Maar -­ voegt hij er
bij ­­­ niemand kon die storting verwachten; elke inschrijver moet geweten hebben
dat de aannemer niet zal storten; de heer Corver Hooft zelf wist het in November
ll.; als men het alzoo in November wist, behoort men er in Januarij niet over
te klagen. ~­ Wat het regtspunt betreft, dit kan veel beter behandeld worden
door eene commissie met het bestuur, dan in deze talrijke vergadering. Spr.
beroept zich echter nn reeds op hetgeen in de Eerste Kamer is verklaard door
den Burgemeester van Amsterdam, nl. dat het honderden malen gebeurt dat de
grootste aandeelhouders in geconcessioneerde werken de aannemers zijn die met
aandeelen betaald worden. En waarom zal nu ook niet kunnen geschieden wat
honderden malen geschiedt? ,,Nieuwe toestanden voor handel en nijverheid zijn in
de laatste jaren aan het wetboek van koophandel ontgroeid," zeide de heer Hart-
sen in de Eerste Kamer, en spr. beaamt dit volkomen. Hier ter stede heeft men
juist behoefte gehad aan het in het aanzijn roepen van vormen en contracten,
welke het wetboek van koophandel niet kent. - Vervolgens bestrijdt spr. het
voorstel des heeren Hartsen, wat betreft het mandaat aan de te benoemen com-
missie te geven. Het mandaat, dat de heer Hartsen verlangt, acht de heer
Philips gevaarlijk om de gevolgen. De directie wil niet anders dan, aangezien nog
een geruime tüd verloopen moet alvorens een definitief bestuur benoemd zal
worden, eene commissie bij zich te hebben, welke zü kan raadplegemmaar geenszins
verlangt zij eene commissie, die de werkzaamheden der directie verlamt; geen
tijdsbepaling van het indienen van een rapport moet gemaakt worden, zelfs moet
in het mandaat van een rapport en van het drukken daarvan geen sprake zün.
De commissie zij slechts eene commissie van raadpleging, overleg en voorlichting.
Geen breidel, geen belemmering voor de directie, zonder dat zij, die haar belem-
meren, hare verantwoordelijkheid deelen. Alleen dan is het te hopen dat het
doel ­­­ de gelukkige uitkomst dezer zaak - bereikt worde, alvorens het te laat
is en de drie millioen van Amsterdam verloren gaan. (Toejuz`chz`ng.)
De heer Tichelaar oordeelt dat de toestand op 24, November verschilt van den
toestand op 18 Januarij. Al wat in dien tusschentijd gebeurd is noopte dein-
schrijvers tot omzigtigheid. Hoe -- vraagt spr. - kan hü hetgeen hier verklaard
wordt in overeenstemming brengen met de woorden van den Minister. De Minister
van Binnenlandsche Zaken zeide dat 10 pCt. over de 15 millioen gestort, en over
V _ de gestorte gelden niet zonder nadere magtiging beschikt zal worden. Op deze
verzekering van den Minister heeft spr. gestort, maar nu schijnt bij de directie het
voornemen niet te bestaan den aannemer 10 pCt. te doen storten.
De heer Hartsen verklaart zich tegen eene commissie, zoo als de directie haar
verlangt. Hij zegt, dat ­- ofschoon hij hier een schijnbaar hard woord bezigt,
maar in het belang der zaak is hij daartoe genoopt -­­ herstel van vertrouwen
noodig is; door een zamenloop van omstandigheden en gebeurtenissen toch is het
‘ vertrouwen geschokt, en herstel is alleen te verkrijgen door volledig licht in alles
wat de zaak betreft; dit licht kan alleen den deelhebbers verschaft worden door
onbevangen personen, die te werk gaan zoo als spr. in zijn eerste advies voorstelde.
Allen willen de doorgraving, en de directie zelve moet, volgens spr., in haar belang j
zün voorstel aannemen. ‘
De heer M. J. Pijnappel ondersteunt het voorstel des heeren Hartsen. Wordt I
eene commissie benoemd, dan behoort zij te zijn zoo als deze deelhebber ze ver-
langt, en anders geene commissie; maar dan moeten in de-W "€TgMlC¤'ï¤g alle
A
· l
r
ij ,