HomeHet Noordzee-kanaalPagina 39

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 7.97 MB

PDF (Volledig document), 47.95 MB

v
(dit aantal werd later veel greater) en vraagt of een der aanwezigen, naar aanlei-
ding van het rapport, iets heeft in het midden te brengen.
De heer van der Meulen wijst op het groote belang der zaak `en op deze ge-
wigtige bijeenkomst van ware voorstanders der doorgraving van Holland op zijn
srnalst, een bijeenkomst van Hollanders. Hij betuigt zijnen dank aan de directie
voor al wat door haar is verrigt, en verklaart dat zij lof verdient voor goede aan-
nemers gezorgd te hebben. VVat betreft de eerste storting van 10 pCt. en de ver-
dere stortingen, Uwij insehrüvers," zegt hij, ,,zullen fourneren;" en als de Engelsch-
man met zijnen arbeid begint, dan is al spoedig een millioen aan geleverd werk
in het bezit der aandeelhouders. Spr. vertrouwt op den bijstand der regering en
beveelt zijnen mede­inschrijvers ten sterkste aan het bestuur krachtig te ondersteu-
nen, ten einde de groote zaak tot stand kome.
De heer Mr. J. R. Corvcr Hooft verklaart, met veel belangstelling de inlich-
tingen vernomen te hebben door het bestuur verstrekt, maar merkt op dat de
storting van 10 pCt. op de 10 millioen van de aandeelen des Engelschen aanne-
mers waarschijnlijkerwijze niet is gedaan; hü zegt zmarsclzQ'nly'kerwQ`ze, want uit
het voorgelezen rapport blijkt niets met duidelijkheid. Spr. vraagt nu of; wanneer
een contract van aanneming gesloten wordt, niet wordt onderzocht welke waar-
5 borgen de aannemer aanbiedt; hij gelooft hierop bevestigend te kunnen antwoorden;
l maar nu doet hij in deze talrijke vergadering de vraag: welke waarborgen biedt
de heer Brandeis aan, dat hij in staat is de aangenomen werken te leveren, zoowel
wat zijne technische bekwaamheden als zijnen finaneiëlen toestand betreft? - Een
tweede vraag, waarop hij antwoord verlangt, heeft betrekking tot de storting van
10 pCt. op de 10 millioen van den aannemer. Deze storting is niet geschied. Door
‘ Amsterdammers en andere Nederlanders is ingeschreven voor vijf millioen, maar
zal nu ook van de overige 10 millioen 10 pCt. gestort worden? De heer Brandeis
is aannemer, maar wie is aandeelhouder van die 10 millioen? Zal de heer Brandeis
later storten? Het bevreemdt spr. dat de voornaamste inschrijver, de persoon die .
66 pCt. van het kapitaal insehrüft, niet gereed was te storten op den daartoe be- .
paalden dag. De heer van den Honert heeft gezegd dat het bestuur op die storting
van den aannemer niet had gerekend; maar bij spr. was het altoos onzeker hoe
deze regeling der zaak in overeenstemming te brengen zou zijn met de Neder- N
landsche wetgeving op de naamlooze vennootschappen. In November jl. heeft spr.
zich reeds beijverd een redactie te ontwerpen, waardoor de toenmalige positie van
den oorspronkelijken aannemer in verband zou kunnen gebragt worden met züne
positie als deelhebber eener Maatschappij, wier kapitaal ten volle geplaatst moet ‘
zün. ­ Een derde punt, dat spr. te berde brengt, betreft de borgen door den I
aannemer gesteld. Hij wijst op het groote belang van goede, soliede borgen, en l
stelt meer prijs op de soliditeit van deze dan op die van den eersten schuldenaar;
en vooral thans, wanneer, zoo als hier het geval is, de heer Brandeis noch op
technisch, noch op financiëel terrein de vereischte waarborgen oplevert, moet veel
meer gewigt gehecht worden aan goede borgen. Maar welke borgen hebben de
deelhebbers hier? Door welke personen is de borgtogt van 3 ton, een betrekkelijk
gering bedrag vergeleken bij het kapitaal van 27 millioen, gesteld? Door de heeren
Henry Lee en Henry Lee jr. Spr. heeft eerbied voor die namen, hü wil van die
heeren al wat goed is denken, maar zij zijn hem onbekend; die heeren Lee zijn j
vreemdelingen; maar in Nederland verlangt men borgen, wier gegoedheid wordt
beoordeeld naar hunne bezittingen hier te lande, hetzij grondeigendom, hetzij inv I
i
LI
F