HomeHet Noordzee-kanaalPagina 36

JPEG (Deze pagina), 782.99 KB

TIFF (Deze pagina), 7.92 MB

PDF (Volledig document), 47.95 MB

· II
Bijlage B.
{
BIJEENKOMST VAN INSCHRIJ VERS,
gehouden op Woensdag den 18 Januarij 1865, des avonds ten 7 1,9 ure
in het PARK.
Voorzitter: de heer W. F. HESHUYSEN.
'
De Voorzitter opent de vergadering, herinnert dat het doel, waarmede de directie
haar heeft belegd, is het geven van inlichtingen aan de inschrijvers, en zegt dat
een rapport is in gereedheid gebragt, tot welks voorlezing hij den heer van den
Honert, lid der directie, uitnoodigt.
De heer van den Honert, hieraan voldoende, leest het volgende stuk voor: i
,,Mijne Heeren!
L
«De redenen, welke de directie genoopt hebben tot het büeenroepen der tegen- ’
woordige vergadering, zün tweeërlei. jj
,,Er zijn van onderseheidene zijden vragen tot ons gerigt omtrent den toestand
waarin de Kanaabmaatschappij thans verkeert, en wü meenen het antwoord daarop
verschuldigd te zijn aan allen gezamenlijk, die door hunne inschrijving hunne ‘
ondersteuning aan deze zaak hebben verleend; ­- maar vervolgens wenschen wij,
terwijl eene algemeene vergadering volgens de statuten nog niet is kunnen gehou­ Q
den worden, in eene raadpleging met de inschrijvers den zedelijken steun te i
vinden, die onmisbaar is bij de moeijelükheden, welke deze zaak telkens op haren
weg ontmoet.
,,De vragen aan de directie gerigt betreffen twee punten:
//10. den aannemer en diens borgen, en I
,,2°. de storting op de l0 millioen aandeelen, die volgens aannemingscontract in j
betaling hebben moeten gegeven worden. I
,,WVat het eerste punt betreft:
,,Nadat op de vergadering van 24 November door de directie mededeeling was
gedaan van het tot toen verrigte en door uwe inschrijvingen daaraan het zegel
was gehecht, was onze eerste zorg het verkrügen der bij contract van aanneming
bedongen borgstelling, welke, tot zekerheid van behoorlüke uitvoering, moest ge-
geven worden in twee personen ten genoegen der Maatschappij tot een bedrag j
van te 25,000.
,,De ongunstige geruchten, welke sedert omtrent den financiëlen staat der aan­ I
nemers waren verspreid, maakten het noodig op den borgtogt nog meer naauw­
lettend toe te zien en een persoonlijk onderzoek op de plaats zelve in te stellen. I
,,Het is ons uit dat onderzoek gebleken, dat de oorspronkelijke aannemers noch j
failliet noch insolvent waren. WVèl had een lid der firma, met welke het contract
was aangegaan, zich gedurende de jongste financiële crisis in geldelijke moeijeli_jk­
heid bevonden, waarom door hem de belanghebbenden bij zijne zaken waren ‘
hüeengcroepen, comrnissarissen benoemd en de staat zijner zaken wa< opgemaakt;
maar wel verre van insolvent, bleek daaruit integendeel dat (gelijk wij reeds in
” I
i I
I