HomeHet Noordzee-kanaalPagina 35

JPEG (Deze pagina), 590.91 KB

TIFF (Deze pagina), 7.94 MB

PDF (Volledig document), 47.95 MB

‘ ä
1
l
«
j •
Bijlage A. t
’s Gravenhage, 10 Februarij 1868.

L'. H, 3' Afd. Waterstaat.
Nv. 4.1. a
g Aan Heeren Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
i l
j Wij wenschen voor het oogenblik de beschouwingen ter zijde te laten, waartoe 4
uw brief van den 31 Januarij jl. N°. 608 aanleiding geeft; alleen willen wij op- l
’ merken, dat, gelük reeds uit dat schrijven van den 14 Januarij jl. litt. F. bleek,
wij in den tegenwoordigen stand der zaak geen besluit tot overneming voor rüks
g rekening der werken van het Noordzee-kanaal kunnen bevorderen.
Alvorens nu in het belang van de spoedige voltooijing dier werken verdere stap- i
i pen te doen, wenschen wü van den gemeenteraad de verzekering te erlangen, dat
de bij raadsbesluit van den 20 December toegestane nadere bijdrage der gemeente, 1
van 3 millioen, op de daarbij bepaalde tijdstippen voor de o_nderneming beschik- ,
baar zal zijn, indien de uitvoering der werken onder de noodige waarborgen aan V
de Maatschappij wordt gelaten, doch de voltooijing der onderneming van staats- ;
*·· wege wordt gewaarborgd, indien de Maatschappij op vast te stellen tijdstippen in
Y gebreke mogt blijven; altoos, behoudens goedkeuring der wetgevende magt op de
alsdan te maken bepalingen, die deze goedkeuring mogten vereischen.
.l
A De Minister van Binnenlandsche Zaken, ‘
HEEMSKERK.
De Minister van Financiën,
_ R. J. Som1•xMELPE1~ï1~z11~ro1£.
, _-na-- ii

li
l