HomeHet Noordzee-kanaalPagina 30

JPEG (Deze pagina), 833.57 KB

TIFF (Deze pagina), 7.94 MB

PDF (Volledig document), 47.95 MB

' 28 1
hein daarop niet volgen. Maar dv speculatie op den gelukkig veel
verminderden naijver tusschen ltotterdam en Amsterdam, mag ik
niet onopgemerkt laten. -­ spreekt van Rotterdams waterweg i`
alsof die weldra voltooid zal zijn. Eenige overdrijving valt hier
niet te ontkennen. ­­ lk zou ten minste eenig Rotterdarnsch I
reeder of koopman niet durven aanraden zich zoo spoedig te ver- `[
heugen. ln Bijlagen H en J zal men eenige merkwaardige b§zon­
heden aantreffen, aangaande de al of niet spoedige voltooijing,
geheel buiten de schuld van den Vllaterstaat, maar alleen te wijten M
aan natuurlrjke oorzaken, welke niet van belang ontbloot znn, en i
een troostgrond kunnen wezen voor ons, indien wij dien behoefden.
Bladz. 40, verklaart de heer Pnnappel dat het >>werk is ge-
gestaakt en stil staat".
lndien men de verschillende maandverslagen, geplaatst in drie of
vier dagbladen, gelieft te raadplegen, zal men zien dat het werk
NIET is gestaakt, NIET stilstaat en niet HEEFT stilgestaan. M
Dat de schrijver zulke onjuistheden durft verkondigen, blijve
voor zijne rekening.
Eindelijk heeft de schrijver zich door al de bezwaren op zijne
eigenaardige wijze heengeworsteld, maar nog één struikelblok moet
uit den weg geruimd, wil hij zijne conclusie ingang doen vinden:
>>Zullen de aandeelhouders den Staat belemmeren als hij de be-
reiking van hun doel mogelijk maakt ?"
Met andere woorden:
Zullen de aandeelhouders niet niet blijdschap hunne aandeelen
vernietigen, mits het kanaal maar door den Staat voltooid zien? {
Zullen zij niet heroïek al hunne regten opoüeren, zonder dat daar-
voor andere noodzaak bestaat, dan de vurige wensch van den heer
Pijnappel, dat toch de Staat het werk der Maatschappij uit de
handen neme?
Dat de geachte schrijver bereid is zijne vier aandeelen te doen ver- ‘
nietigen, is te begräpen, maar hij vergunne mij voorloopig aan die
onnoodige bereidwilligheid van de aandeelhouders te twijfelen.
Aangenomen echter dat de edelnioedigheid en belangloosheid eens
zoo ver ging, verwacht de heer Pünappel diezelfde deugden bij
den aannemer in züne kwaliteit als aannemer en grootste aan-
deelhouder ? li
X ^
i .