HomeHet Noordzee-kanaalPagina 17

JPEG (Deze pagina), 806.39 KB

TIFF (Deze pagina), 7.91 MB

PDF (Volledig document), 47.95 MB

` 1.
lf
i
15
Van dat zevental is de meerderheid gekozen. Maar de heeren
Muller en Rahusen hebben geweigerd de betrekking als direc-
teur te aanvaarden.
De heer Pijnappel verzwügt echter, wat wij thans opmerken,
dat of zijne geestverwanten ook den heer Boelen en mg
waardig achtte tot het Bestuur te behooren.
Waaroni dat verzwegen?
Men 1nag toch niet veronderstellen, dat die twee namen er in-
dertijd bijgevoegd waren om een schijn van onpartijdigheid aan te
nemen, terwijl dat tweetal toch steeds in de minderheid zou zijn.
Eindelijk:
De heer Pijnappel erkent in het genoemd ingezonden stuk dat
hij gehoopt had, dat het rapport, uitgebragt door de Commissie
van 18 Januari 1865, de daden van de voorloopige Bestuurders in j
zulk een ongunstig licht zou stellen, dat hunne keuze tot defi-
nitive Bestuurderen onmogelijk zou Intusschen schijnt hij als j
rapporteur dier Commissie meer het oog gehad te hebben op zijn l
persoonlijk gevoelen, dan dat van de Commissie. ln de Amster- j
sterdamsche Courant van 11 Febr. 1865 werd dan ook openlük t
opgekomen tegen dien ltoeleg, en wel door den heer Brom s, mede- i
lid van die Commissie (Zie Bijlage D). t
Tot zoover wat den eersten aanval van den heer Pijnappel
betreft. j
Nadat het Bestuur den 13°“ en 208** Februari 1865 gekozen was
en vijftien leden van de voornaamste handelslirmas ­- o. a. twee
leden van de voornoemde Commissie, de heeren Br o ms en J. v. ä
. Eeghen - zich naast dat Bestuur hadden geplaatst, zocht de
heer Pijn appel een ander punt van aanval en drong met kracht
aan op openbaarmaking van ’t aannemings­contract. 1
Ik noemde dat reeds een idée fixe, en zeker er is iets heroieks j
in die tenaciteit, om, tegen en in weerwil van de uitspraak door I
de groote meerderheid van de aandeelhouders, steeds zich aan dat
denkbeeld te blijven vastklampen.
j lk acht mij gelukkig ontslagen om den heer nappel te vol- j
l gen in zgn betoog over de wenschelijkheid, ja noodzakelijkheid tot
openbaarmaking van het contract. Voor de meerderheid der aandeel-
houders zijn voldoende redenen daartegen aangevoerd in de Ver- 1
j ?
1
t ”~
JF/i‘ e [V