HomeHet Noordzee-kanaalPagina 15

JPEG (Deze pagina), 825.08 KB

TIFF (Deze pagina), 7.87 MB

PDF (Volledig document), 47.95 MB

J fr;
rid
I 13

De heer Pijnappel dwingt mij nogmaals over oude zaken te 1
spreken, die tot de zaak zelve niets afdoen, maar alleen geschreven i
V zijn, opdat hij geregtvaardigd worde. j
Hij herinnert ons de rol die gespeeld heeft van 18 Janu­ 1
ari tot 20 Februari 1865 en erkent, dat hij als souffleur de namen
gefluisterd heeft van personen, die in der tijd genoemd werden als
de plaatsvervangers van de voorloopige bestuurders.
Het is mogelijk niet ondienstig eens te herinneren op welke
wijze Mr. Pijnappel eene plaats - het (volgens zijn eigen
verklaring) eene nederige - aan ’t tooneel verkregen heeft.
j Vóór Januari 1865 had men nimmer vernomen dat de geachte
schrijver zulk eene innige liefde voor ’l kanaal koesterde. Die liefde
l scheen echter in stilte met zorg gekweekt te zgn. Althans zoo
E werd het door sommigen voorgesteld, die mogelnk door den heer 1
r Pijnappel zelven op die deugd opmerkzaam waren gemaakt. --­ i
« Mr. va11 N ierop’s aanval in de Tweede Kamer had eene zeer l
1 ongunstige uitwerking gehad op enkelen, en de eerste storting werd
j schoorvoetend voldaan. Het voorloopig bestuur stond bloot aan j
allerlei verdachtmaking, het publiek liet zich alweer meeslepen, de A
, 3 millioen subsidie van Amsterdam stonden op het punt à pari
uitgekeerd te worden aan de tegenwoordige houders, in plaats dat l
l ze besteed zouden worden tot het doel waarvoor ze gegeven waren.
Men gevoelde behoefte aan steun in het belang van de zaak. Toen
werd het bestuur gewezen op den heer nappel als de man, 1
die veel zou kunnen en willen doen tot ondersteuning. nam
de uitnoodiging aan, werd door het voorloopig bestuur geraadpleegd, l
_, hem werd alles medegedeeld en, in overleg met hem, de vergadering
t van 18 Januari beraamd. 1
Nu zou men toch mogen verwachten dat de heer Pijnappel 1
. met de daad zou bewijzen dat zijne woorden goed gemeend j
waren.
j Bittere teleurstelling! - Naauwelijks benoemd tot lid van de
meergenoemde commissie, bleek het weldra dat hij een der felste ë
vijanden was van de onderneming zoo als die bestond. zocht
met den meesten ijver elke zwakke zijde op, niet om te verbeteren
i wat hij teregt of te onregt afkeurde, maar om te vernietigen.
* En het bewijs voor deze bewering?

ï (

,’/Q
V!. j,.