HomeHet Noordzee-kanaalPagina 14

JPEG (Deze pagina), 834.38 KB

TIFF (Deze pagina), 7.87 MB

PDF (Volledig document), 47.95 MB

t
j 12
voortgezet. Deze wgze van liandclen is hier te laude minder
bekend en daarom beschouwde men deze aannemers als failliet. De
heer van Nierop was, door de verklaringen van het voorloopig ·
Bestuur, genoodzaakt züne woorden, in de Tweede Kamer gespro-
ken, te verduidelijken en te zeggen: dat hij niet gesproken had van
aannemers die failliet zouden zijn.
Zoo ver bekend zijn tot heden die aannemers bij geen van de
vele belangrijke werken in gebreke gebleven.
In de bijeenkomst van 18 Januari 1865 werd 0. a. medegedeeld
dat de gemelde trustees eene schriftelijke verklaring gegeven hadden,
houdende, dat na kwijting van alle schulden den heer Mac J
C or mi ck nog een batig saldo van honderd duizend ponden sterling
verbleef. Dat stuk berust in ’t archief van de Maatschappij.
Het voorloopig Bestuur zou dan ook geen bezwaar gehad hebben J
tegen voortwerken met die aannemers, maar door den storm, opge- i
wekt door den heer van Nierop, door zijn bekenden aanval in
de Tweede Kamer in December 1864, een aanval zeer naar den i
smaak van dat oude Huis, dat zich beüverd had dien heer eenige i
inlichtingen aangaande de zaken van den aannemer te verstrek-
ken, werd het publiek in den. waan gebragt dat de aannemers
failliet waren, en die firma zoo gediscrediteerd, dat het haar onmo- E
gelijk was den vereischten borgtogt voor het aanvaarden van i
een werk, dat in de oogen van vreemdelingen zulk een onbe-
grijpelijken tegenstand in ’t leven riep, op het gegeven tüdstip te
stellen.
Is het aan het publiek te vergeven dat het min juist oor-
deelde, de heer Pijnappel kan zich moeijelijk verantwoorden, dat
de feiten in zulk een ongunstig licht plaatst. toch wist i
dat niet in November 1864 al.s ’t ware voor het eerst een contract
met genoemde firma gesloten is, maar dat de overeenkomsten reeds `
dagteekenden van November 1863 en de aannemers niet in gebreke ,
waren zoolang de termän, gesteld voor het aanwijzen van den borg- l
togt, niet verstreken was. De schuld zou nog op den zetter geschoven
kunnen worden, die zich in ’t jaartal vergist kon hebben, ware het
niet, dat Mr. Pijnappel door min juiste groepering van de feiten ,
op nieuw de handelingen van dat voorloopig bestuur in een on- A
gunstig licht tracht te plaatsen.
!