HomeLauwerzee-plannenPagina 67

JPEG (Deze pagina), 946.27 KB

TIFF (Deze pagina), 8.48 MB

PDF (Volledig document), 61.67 MB

T

ss
meer gerechtvaardigd is door het laten vervallen van het
stoomgemaal te Zoutkamp, en dat dit plan op zijn beurt
wellicht moet achterstaan bij het laatstbesprokene, schijnt
zich scherp te stellen tegenover dat van Gedeputeerde Staten
van Groningen. Volgens het ontwerp toch der Commissie,
maar met het laten vervallen van het stoomgemaal te Zout~
` kamp, zou de boezem van Groningen in I894 gestegen zijn
tot 67 c.lVl. en bij voldoende capaciteit der geulen in de ‘
V. Lauwerzee zonder afsluiting zou de boezemstand zeker bijna
even hoog zijn gerezen. Gedeputeerde Staten van Groningen
vragen dat de stand in den zomer niet zal stijgen boven
35 c.lVl. plus Wk.P. - Het verschil is toch misschien niet
zoo groot als het schijnt. Vooreerst worden zulke eischen
niet gesteld afgezien van de kosten ter verwezenlijking. Maar
_ook is de uitdrukking van Gedeputeerde Staten door be-
knoptheid eenigszins onbepaald. Gedeputeerde Staten van
Friesland stellen hunne eischen met betrekking tot omstan-
digheden als die welke heersphten in l894. Hierbij kan
men in aanmerking nemen den neerslag, de verdeeling van
den neerslag, windsterkte en ­richting en de zeestanden.
Deze nadere bepaling wordt gemist in den eisch van Ge-
deputeerde Staten van Groningen. De Staatscommissie van
IS96 beschouwde echter Groningens eisch in hetzelfde licht
W en de Commissie van l902 volgde dit voorbeeld. En niet
­ · zonder reden. De eisch dat de boezemstand de gegeven
hoogte niet zal overstijgen, is, wel beschouwd, een onbe­ 'i"i ,
paalde eisch. Technici houden zich niet bezig met onbe~
paalde eischen , en de Commissie voerde dus als voorwaarde
de omstandigheden van I894 in. Maar deze opvatting zou ii
bij nadere overweging misschien nauwelijks door Gedepu-
teerde Staten van Groningen zijn goedgekeurd.
Een der groote moeilijkheden zal zich voordoen wanneer I
het komt tot eene verdeeling der kosten onder de beide _
Provinciën. Behoort ieder der Provinciën met betrekking
tot de kosten in de Lauwerzee te worden beschouwd als