HomeLauwerzee-plannenPagina 23

JPEG (Deze pagina), 865.67 KB

TIFF (Deze pagina), 8.35 MB

PDF (Volledig document), 61.67 MB

I
ZI j
afstand in het tweede geval. Tijden van groot waterbezwaar j
kenmerken zich door westelijke winden, waardoor de zuidelijke
en westelijke sluizen dan nagenoeg niets kunnen afvoeren
en bijgevolg bijna alles moet worden geloosd in de Lau-
werzee. Hieraan ontleent het voorstel van bemaling van
Frieslands boezem op de Zuiderzee zijn groote beteekenis.
Van niet minder beteekenis is het tweede verschilpunt.
Volgens het ontwerp der Staatscommissie zou de schutsluis
I in den afsluitdijk der ·Lauwerzee geplaatst worden in den
j bergboezem bestemd voor Friesland. Wegens verschil in
Q hoogte tusschen de Friesche en Groninger boezemstanden,
j moest in de waterscheiding van den bergboezem ook een
[ schutsluis gebouwd worden voor de scheepvaart naar Gro-
l ningen. Door het weglaten der scheiding in den berg-
boezem verviel deze schutsluis en hiermede een bezwaar
voor de scheepvaart.
De aanleg met weglating der scheiding bleek tevens
belangrijk goedkooper te zijn, en de Groningsche sluizen
in den alisluitdijk liepen geen gevaar van verzanding zooals
in het voorgaande ontwerp wegens ongunstige plaatsing
het geval was. Deze voordeelen zijn van niet geringe
beteekenis.
Op het eerste gezicht doet zich echter het bezwaar voor,
dat er een belangrijk verschil is in het peil der boezems
van Friesland en Groningen. Zal Groningen met een peil
dat 4I c.lVl. lager is dan dat van Friesland, geen overlast
ondervinden van Frieslands water?
Aan een rapport uitgebracht door den Hooldingenieur
de Bruyn, en toegevoegd als bijlage B aan het V.C. I902,
is als bijlage 3 een grafische voorstelling toegevoegd van
de standen der gescheiden bergboezerns in de Lauwerzee,
waarvan degegevens zijn ontleend aan de grahsche voor-
stellingen, als bijlage toegevoegd aan het V.S.C. l896.
Hierbij is aangenomen dat men te doen heeft met een
zeestand bij gemiddeld tij en een aanvangsstand in den