HomeLauwerzee-plannenPagina 22

JPEG (Deze pagina), 810.04 KB

TIFF (Deze pagina), 8.35 MB

PDF (Volledig document), 61.67 MB

·« . ` · F". · "‘·*"­ ., «..`.. U ~r·«« ~- ~ -;.,..«--­,......` Y , , V ,_
I
ONTWERP DER COMMISSIE benoemd bij gemeenschap-
pelijk besluit van de collegiën van Gedeputeerde
Staten van Friesland en Groningen van 7 Februari
l902 tot het instellen van een nader onderzoek in
zake de indijking der Lauwerzee in verband met een j
verbeterde afstrooming van boezemwater in Fries-
land en Groningen.
Het plan van l895, dat nader onderzocht werd door de
Staatscommissie, bleek dus niet te voldoen aan de eischen l
van Gedeputeerde Staten N van Friesland tenzij men zich
bezwarend groote finantieele opofferingen getroostte.
Volgens bladzijde IV der lnleicling van het V. C. l902
werd door den Hoofdinspecteur en de lnspecteurs van den
Waterstaat een plan op den voorgrond gesteld in een rap-
port, bij gemeenschappelijk schrijven uitgebracht aan den
Minister van Handel, XX/aterstaat en Nijverheid. Het wijkt in
twee opzichten belangrijk af van het plan der Staatscomrnissie
ter onderzoek aangeboden, n.l. door het ondersteunen van
Frieslands loozing door bemaling op de Zuiderzee en het laten
vervallen der scheiding in den bergboezem in de Lauwerzee.
Het groote voordeel verkregen door het plaatsen van een
stoorngemaal in het zuiden van Friesland springt aanstonds
in het oog. De moeite, verbonden aan de loozing van een
zekere hoeveelheid water, hangt niet alleen af van de af te
voeren hoeveelheid, maar ook van den afstand dien het
water moet doorloopen. Wordt in tijden van groot water-
bezwaar de helft van Frieslands water naar het zuiden
gevoerd in plaats van alles af te voeren naar de Lauwerzee,
dan zal de gemiddelde afstand dien het water in het eerste
` geval heeft te doorloopen, slechts de helft zijn van den