HomeLauwerzee-plannenPagina 18

JPEG (Deze pagina), 917.27 KB

TIFF (Deze pagina), 8.36 MB

PDF (Volledig document), 61.67 MB

L ··` - -· ­-Y A ·· · r» ~ ­ ­.r· ­. "‘ ··~ .­·­. ..­..-~­>- W .«· · ­·-­»v`~~·­« ­­..­.Yra.....1.....ï,,,,_,
16 J
was het werk uitvoerbaar, het doel te bereiken; wèl kon
worden voldaan aan den eisch van Gedeputeerde Staten
j van Friesland, maar slechts ten koste van groote finan-
cieele opofleringen. Sommige leden der commissie opperden
ernstige bezwaren. Was er wel rekening gehouden met
alle gunstige factoren? Had de technische sub­commissie
wel in aanmerking genomen dat de wind soms een belang-
rijke rol speelt door opwaaiing naar het noord­oosten. Dit
had de technische sub-commissie niet gedaan omdat wel- i
i licht gedurende het beschouwde tijdperk van 2 tot l 6 Augus- i
tus IB94 ook oostenwinden waaiden, waardoor de afstrooming
zou zijn tegengewerkt. Hiertegen werd aangevoerd, dat de
in de bedoelde periode heerschende wind zeker westelijk
was, zooals meestal het geval is bij ongunstige weersge-
steldheid. De onderstelling volgde trouwens reeds uit de
overweging dat gedurende bedoeld tijdperk niet gestroomd
was met de sluizen te Makkum, Workum, Hindeloopen,
Molkwierum, Stavoren, Takozijl, Lemmer en Schoterzijl.
ln de berekening had de westenwind wel de rol gespeeld
van een ongunstigen factor, wijl door de sluiting der wes-
telijke sluizen de boezemstand hooger was gerezen en dus
een grooter hoeveelheid naar het noorden af te°voeren
water werd gevonden, maar deze factor was verwaarloosd
als drijvende kracht in de richting naar de Lauwerzee.
De technische sub­commissie stelde hiertegenover, dat bij
de becijfering der afvoer der sluizen een constante water- ­
stand van 25 c.lVl. -I- ZP. in het zuid­westen der provincie
was aangenomen, terwijl toch de afstrooming wordt onder-
steld aan te vangen bij een gemiddelden stand ZP. en de
boezemstand klimt tot 27.3 c.lVl. Jr ZP. zoodat de ge-
middelde stand over die dagen l4,5 c.lVl. rl- ZP. bedraagt.
Deze onderstelling als eene der grondslagen was te gunstig
genomen en ook een der redenen geweest, waarom de
opwaaiing niet in aanmerking was genomen.
Maar de commissie meende er bij te moeten blijven dat