HomeLauwerzee-plannenPagina 15

JPEG (Deze pagina), 878.67 KB

TIFF (Deze pagina), 8.36 MB

PDF (Volledig document), 61.67 MB

IB
om te berekenen welke de stand van den boezem zou zijn,
bij verbeterde loozingsmiddelen, was het niet voldoende om
te weten hoe groot het waterbezwaar in die periode was;
de verdeeling van den aanvoer over de genoemde periode
speelde hierin ook een rol. Men vond eene totale hoeveel-
heid water van I54,22 mill.
Men meende te mogen aannemen, dat de boezemstand
bij den aanvang der natte periode ZP. is. De boezemstand
kan zonder nadeel stijgen tot 15 c.IVl. ·I· ZP. Door deze
i rijzing in den boezem van 26000 H.A. wordt 39 mill. M3.
geborgen, en blijft dus af te voeren het totale bedrag van
het gevonden waterbezwaar, zijnde 154,22 mill. M3. ver-
minderd met 39 mill. M3., gelijk II5,22 mill. M3. Dit is het
bedrag dat over die I4 etmalen meer had moeten worden
afgevoerd, of gemiddeld per etmaal I Ilï£22 Z 8,23 mill. M3. I
Wanneer men nu opnieuw aanneemt de grootte van_ den
boezem vermeerderd met de ondergeloopen velden voor
elken boezemstand bij vermeerderden afvoer van 8,23 mill.l/lg.
per etmaal en eene verdeeling van den neerslag over de
I4 etmalen, zooals die werkelijk plaats had, dan blijkt dat
de hoogste boezemstand, zijnde 23,7 c.lVl. -I· ZP., be-
reikt zou zijn geworden op l3 Augustus. Het is volgens
Gedeputeerde Staten geoorloofd dat bij dergelijke ongunstige
weersgesteldheid de boezemstand stijgt tot 30 c.l/1. +
¤ ZP. Men kan dus volstaan met eene beperking der afvoer.
Als men dezelfde berekening herhaalt met 6,5 mill. M3.
per etmaal, dan komt ook weer de hoogste stand voor op
13 Augustus. De boezem zou dan den stand bereikt heb-
ben van 27 c.lVl. -I· ZP. en dus gebleven zijn binnen
de grenzen van het geoorloofde.
Wil men nagaan hoe groot het loozingsvermogen moet j
zijn naar den bergboezem in de ingedijkte Lauwerzee en
vandaar in het Friesche gat, dan moet deze hoeveelheid
van 6,5 mill. M3. vermeerderd worden met het bedrag dat