HomeLauwerzee-plannenPagina 14

JPEG (Deze pagina), 848.38 KB

TIFF (Deze pagina), 8.36 MB

PDF (Volledig document), 61.67 MB

. , ._,Y , .r`. . . . Y . .. ·. .­ . ‘ï
j I2
l WATERBEZWAAR IN FRlESLAND’s BOEZEM.
Nadat aldus de hoofdlijnen waren vastgesteld, kon men
overgaan tot becijfering van sluizen en toevoerkanalen. Dit
l betrof vooral Friesland, omdat voor deze provincie de toe~
voerkanalen verre van toereikend zijn tot verkrijging van
voldoende loozing.
j Men meende aan den eisch van Friesland te voldoen _
l door als boezemstand ZP. aan te nemen bij den aanvang
A eener natte periode, en verder dat bij ongunstige omstan-
digheden als van 2 tot I6 Augustus I894 de boezemstand
30 c.M. ·l· ZP. niet zou overschrijden. Voor het onder~
zoek van het vraagstuk moest men in de eerste plaats g
weten hoeveel water moest worden afgevoerd. Dit bedrag i
I werd aldus gevonden: Zij de waterstand l9,Z c.lVl. +
· ZP. zooals het geval was op 2 Augustus IB94, dan is de
oppervlakte van den boezem 26000 H.A. Toen het water
verder steeg begonnen de lage landen te overstroomen.
Gesteld nu dat men weet hoe groot het wateroppervlak
is, n.l. de boezem vermeerderd met ondergeloopen land,
bij rijzing van 4 c.lVl., dan kan men bij benadering bepalen
hoe groot de hoeveelheid bijgekomen water is, door te
becijferen hoeveel water ongeveer bevat wordt door deze
schijf van 4 c.lVl. dikte. Nemen wij eens aan dat de water-
stand den volgenden dag 4 c.lVl. hooger is. Men kan nu l
weer volgens metingen nagaan hoeveel land nu onderge-
loopen is, en de hoeveelheid water die ingehouden wordt
door deze schijf van 4 c.lVl. dikte ook weer door bereke-­
ning benaderen. Op I6 Augustus was het water gestegen
tot 52 c.lVl. Jr ZP. en bij voortgezette berekeningen tot
dezen hoogsten stand wist men hoeveel water bijgekomen
was op den boezem. Tevens wist men, omdat de water-
standen der perioden van dag tot dag bekend zijn, hoeveel
de toename elken dag bedroeg. Dit had men noodig, want