HomeLauwerzee-plannenPagina 13

JPEG (Deze pagina), 806.93 KB

TIFF (Deze pagina), 8.20 MB

PDF (Volledig document), 61.67 MB

I I .
dijk van den Anjumer en Lioessenser Polder zal verbinden
met den Westpolderdijk.
Hiermede moest gepaard gaan eene verruiming der kanalen
in Groningen en vooral van die in Friesland, teneinde het
.water af te voeren naar de Lauwerzee.
De bergboezem in de Lauwerzee moest worden verdeeld
‘ wegens verschil in peil der afwaterende gronden en deze
verdeeling was onmiddellijk noodig om te komen tot de
á afmetingen der sluizen. Hierbij kwamen verschillende om-
Y standigheden in aanmerking. In de eerste plaats moest
men letten op de oppervlakte der aliwaterende gebieden.
Het boezemgebied van Friesland, daarin begrepen het deel
van Groningen dat op Frieslands boezem afwatert, bevat
_ ongeveer 300.000 H.A.; Groningen voert water van slechts
ongeveer 95.000 H.A. naar de Lauwerzee, hierin begrepen
de aanvoer uit Drente. Dit zou zonder meer aanleiding
geven tot eene verdeeling in de verhouding van 3 : I.
ln de tweede plaats moest in aanmerking worden geno-
men dat Frieslands peil hooger is dan dat van Groningen,
waardoor Frieslands afwatering bevorderd wordt. Dit leidde
tot de verhouding van 3 : 2. Ten derde is van beteekenis dat
Friesland reeds zeer veel boezem heeft, ongeveer I/ll van
het stroomgebied, waartegenover Hunsingo en Westerkwar-
tier slechts ongeveer I/ 70 van hun gebied als boezem
kunnen aanwijzen. Vergrooting van den boezem is dus
van meer belang voor Groningen dan voor Friesland. Daarom
meende men Groningen een evengroot deel van den berg-
boezem te moeten toekennen als aan Oostdongeradeel en i
Friesland samen, de bergboezems allen gemeten op het
- peil van de gebieden die er op aistroomen.
Toegekend werd aan
Friesland ....... 940 H.A.
Oostdongeradeel ..... 80 ,,
Groningen ....... I 040 ,,