HomeLauwerzee-plannenPagina 12

JPEG (Deze pagina), 758.00 KB

TIFF (Deze pagina), 8.20 MB

PDF (Volledig document), 61.67 MB

. ._ x . . · - ., -. -., ,.- l
IO
Aan den eisch van den boezemstand moest dus voldaan
worden onder omstandigheden als voorkwamen in ,9I en
,94 en de commissie nam het jaar l894 tot voorbeeld, als
het meest ongunstige.
Gedeputeerde Staten van Groningen beantwoordden de
j vraag van de sub­commissie met betrekking tot den boezem-
stand aldus: · I ­
IO. ,,Het is wcnsc/icläk, dat de boezemstand voor de _
waterschappen Hunsingo en Weslcrkwarfier in den regel ge-
houden wordt op het vastgestelde peil zijnde I,55 M. + W.P.; Yi
ZH. het is noodig dat in den zomer, van I5 Maart tot
15 October, de waterstand van den boezem bij ongunstige
weersgesteldheid de hoogte van 0,35 M Jr Peil niet over-
schrijdt en de hoogere boezemstand voor het overige deel
van het jaar beperkt blijve tot de maximum hoogte van
0,50 M. + P.°° ‘
Bij de berekeningen, dienende om aan de eischen van
Groningen te voldoen, werd ook weer het jaar 1894 tot
voorbeeld gekozen.
Nu kende de sub-commissie haar taak en kon aan het
werk gaan.
A HET PLAN.
I Het plan dat aan de commissie ter onderzoek was opge-
dragen, bestond in eene indijking der Lauwerzee, tot ver-
betering der afwatering van Friesland en het deel van
Groningen dat afwatert op den Frieschen boezem, benevens _
de boezemgebieden van Hunsingo en Westerkwartier,
met dat deel van Drente, dat zijn afwatering vindt door
Westerkwartier.
Bijgaande kaart, ontleend aan het verslag der Staats-
commissie, toont aan dat de afsluitdijk een punt van den