HomeDe Maas, de Zuid-Willemsvaart en de wateraftappingen in BelgiëPagina 77

JPEG (Deze pagina), 726.83 KB

TIFF (Deze pagina), 6.41 MB

PDF (Volledig document), 55.79 MB

1 ..;»" . ;_; aa; <;va ;.;: ­ t .
69 ..
Belgische wetgeving als proefhoudend en goed was bewe-
l zen; maar ik zie met veel meer leedwezen deze kleinl1ar­ ·
I tige houding, die wg sedert eenigen tüd tegenover België iïël
5 aannemen. Ik weet, het is het ongelukkig lot van kleine
mogendheden dat zij dikwijls moeten bukken voor den
wil van grootere. Ik weet dat op het internationaal gebied
billijkheid en goed regt dikwerf weinig te beteekenen heb-
hen. Maar zoo ooit, dan is het hier partie egale. Wij ,3
wegen toch tegen België wel op, en ik zie dus geene
reden om aan België meer op te offeren dan hetgeen door
de billükheid voorgeschreven en door ons belang gevorderd
wordt. Dezelfde houding, die de Regering heeft aangeno· z
men in de zaak der aftapping van de Maas, is ook hare
houding nu. Ik ben overtuigd dat juist deze hedeesde
R houding de oorzaak is dat Belgie in zijne vorderingen
I j veel verder is gegaan dan welligt anders zoude zijn geschied. ‘
g » Er schiet mij juist een voorbeeld te binnen ten betooge
dat wanneer men eene meer krachtige houding durft aan-
nemen, men van België welligt meer dan van anderen te
wachten heeft een spoedig toetreden tot hetgeen billük en
j regtvaardig is. Het is misschien aan eenigen uwer bekend ,
dat na het sluiten van het tractaat van 1859, toen een
gedeelte in de rentehetaling van de nationale schuld was
gebragt ten laste van Belgie, dat Rijk in de eerste jaren
telkens wanneer het tüdstip van die rentehetaling naderde , -
wij waren toen niet in zulk een voordeeligen linantiêlen
toestand als tegenwoordig -- begon te dralen en uit te
stellen en van deze gelegenheid trachtte gebruik te maken

j '`i‘i