HomeDe Maas, de Zuid-Willemsvaart en de wateraftappingen in BelgiëPagina 76

JPEG (Deze pagina), 737.17 KB

TIFF (Deze pagina), 6.41 MB

PDF (Volledig document), 55.79 MB

V. i ee ?

maar daarenboven het kwaad van dag tot dag erger doen l
worden. Daaraan moet toch eens een einde komen. Had
_ men welligt van den beginne af aan met nadruk en klem
gehandeld, men zou ten slotte niet behoeven te doen,
hetgeen welligt toch aan het einde plaats zal ¥l10B[€l] heb-
. ben; onberekenbare nadeelen waren ons dan evenwel be-
spaard gebleven. Zoo ooit dan is in eene kwestie, waar
het regt onmiskenbaar aan onze zijde is, krachtig han-
lj delen pligt. Onze laauwheid is een wapen in de hand
{F van onze tegenpartijders; thans wijst men op des faits
*1 accomplis, op werken, die men zich bij krachtiger hou-
ll ding niet had durven voorstellen ten uitvoer te leggen.
" De tractaten zün voor een’ kleinen Staat van overwegend
belang en de Nederlandsche Regering, gesteund door de
vertegenwoordiging en de pers, had die met klem behooren
te handhaven. Toen het ontwerp­tractaat met België in de
p Tweede Kamer in beraadslaging was, sprak een lid dier I
p vergadering op de l1em eigene welsprekende wijze woor-
den uit, die wij gaarne onderschrijven; het was de heer
_ l tl van Znvnnn vm Nvevmxr, ook éénmaal Minister van Bui-
% tenlandsche Zaken, een man die zeker niet tot de nltra’s
Il l in ons land gerekend wordt, een gematigdhbemal. Hij
T zeide het navolgende:
<<lk zie met eenig leedwezen deze vreesachtigheid, deze
_y , bedeesdheid van de Regering tegenover België. Men heeft
lv wel eens aan eene vroegere Regering het verwijt gedaan,
dat zij te veel hare voorbeelden hü Belgie zocht, dat zij
l ‘ te zeer genegen was over te nemen hetgeen wat in de