HomeDe Maas, de Zuid-Willemsvaart en de wateraftappingen in BelgiëPagina 67

JPEG (Deze pagina), 686.77 KB

TIFF (Deze pagina), 6.41 MB

PDF (Volledig document), 55.79 MB

1 ,v A' ·,W< .AAA«.; , . V .vA»» «..·» » .<, .v .; i v i
i

aa

al`zonderlijke nota te voegen, waarbti ik op nieuw wees ’g°
op de onaannemeliikheid van het voorstel, dat door de
ä regering aan België was gedaan en den stand der zaak
l uiteenzette. De Minister antwoordde daarop door te wijzen ,
op een adres van den gemeenteraad van Maastricht, waarbij i
ä verbetering van het Maasbed werd gevraagd <<en den tüd
nog niet gekomen werd geoordeeld om tot krachtige
maatregelen over te gaan.» BQ de beraadslaging op 27 c
i December kwam ik hierop terug en in de avondzitting
van dien dag kwamen de heeren Bannaivnaoak, van DAM
van Issem en Sasse van Yssanr net kracht van redenen F
ter mijner ondersteuning. Ik voorzag en voorzie nog niets
goeds, zoolang de Minister van Buitenlandsohe Zaken er
niet toe kon besluiten, de zaak aan zijn’ ambtgenoot van
Binnenlandsche Zaken in handen te geven, en zoolang {
deze laatste niet aan den Kommissaris des Konings in Lim-
burg beveelt niet meer water door de sluis te Maastricht
te laten dan voor de scheepvaart noodig is, overeenkom-
stig de reglementen van 15 November 1850 (Staatsblad
’i ne. 65), waar in art. 2 bepaald is, <<dat het toezigt op de
sluizen, bruggen en andere kunstwerken, aan sluis- en
ä brugwaehters in Nederlandsche dienst is opgedragen.»
Terwijl nog verscheidene andere leden de bekende hezwa-
ren nader aandrongen en ontwikkelden, nam de Minister
het woord. HQ geloofde te mogen zeggen <<dat ten dezen
»aanzien zooveel kracht, gepaard gaande met beleid, was
>>aangevvend, als hillijkervvijze van de Regering verwacht ï
»kon worden. bin zijn wg dan op dezen weg niet allengs
’,ii I ik