HomeDe Maas, de Zuid-Willemsvaart en de wateraftappingen in BelgiëPagina 62

JPEG (Deze pagina), 733.55 KB

TIFF (Deze pagina), 6.39 MB

PDF (Volledig document), 55.79 MB

` l
54
Ik nam de vrijheid in October aan de Tweede Kamer
eene nota te rigten, waarbij ik de aandacht der vergade­
·‘‘· ring op de volgende punten vestigde. De Minister had ge-
zegd dat de weg der onderhandelingen de eenige goede is:
die onderhandelingen hebben ons sedert jaren geen stap
. § ` verder gevoerd! De Minister had verklaard, dat een voor- l
· stel onzerzüds was gedaan en na 14 dagen beraadslaging
jay; lt te Brussel was afgewezen, maar dat wg het nader had-
f. ;< den aangedrongen, en dat het in overweging was geno­
j I men; dat voorstel wilde eene aanmerkelijke aftapping aan
g België veroorloven. Ik stelde de vraag, of de Nederland-
ik sche Regering, op grond van het Weener tractaat en
` van het votum der beide Kamers geregtigd was zelfs l
een emmer water aan Belgie toe te staan, of wij
l’ sineekend voorstellen tot eene schikking moesten doen,
die altijd ten voordeele van België zou zijn, in plaats
j van op ons regt te blüven staan? De Minister had als zijn
fl #' voorstel doen kennen , dat de waterafvoer bij Hocbt zon
L worden bepaald tot 6 kub. ellen in de seconde bij eene
. j l peilschaal van 50 duim te Maastricht: ik wees op grond
1 bij van de verklaringen van Belgische deskundigen en van J
pl li opnemingen van Nederlandsche belanghebbenden op het
j ` feit, dat bij eene dergelijke aftapping de besldandeloesmnd
T E zon worden nnsrnnnien. De Minister beschuldigde van over-
_, , drijving: ik wees op de feiten.
M j Toen de beraadslaging over de begrooting voor 1859 nader- lf
f gp, de , vestigde ik in eene nota van 15 lïoveniber 1858 de aan- l
of dacht van de Tweede Kamer op nieuw op al deze bijzonderhe-
? gt 2