HomeDe Maas, de Zuid-Willemsvaart en de wateraftappingen in BelgiëPagina 53

JPEG (Deze pagina), 721.35 KB

TIFF (Deze pagina), 6.48 MB

PDF (Volledig document), 55.79 MB

­ ·ï ·· : " »._‘­ . jj . .··" T ‘‘._,, ; W,.; »,. _____ r
l

Ii
ë
hegrooting voor 1858 niet nadruk en klem opde zaak
l teruggekomen werd. In de afdeelingen der Tweede Kamer
werd bij de behandeling van de hoofdstukken voor Buiten-
en Binnenlandsche Zaken ernstig op afdoening aangedron­ i·d'
gen en inlichtingen gevraagd, omdat in de Memorie van
Toelichting zelfs met geen en/cel woord van deze zaak mel-
l ding was gemaakt. De heer ltleutink , die ook geenemoeite
noch kosten gespaard heeft, voegde bij het Verslag eene
jl uitvoerige nota, waarbij hij de zaak mi fond behandelde.
De Minister van Buitenlandsohe Zaken beantwoordde dit
zeer uitvoering en nam de partijd voor België op. Twee
nieuwe nota’s van den heer NIEIJLINK handhaafden echter
met kracht het goed regt van Nederland, en ook ik heb
ij de vrijheid genomen in eene afzonderlijke nom van toe-
lichting in November 1857 de zaak ter sprake te brengen.
In zijn antwoord had de Minister verklaard, dat be-
L, treffende verscheidene punten de zienswüze van den heer
I Mniitinx ook de zijne was. Maar er waren ook punten,
d waarointrent de Minister eene geheel verschillende mee- {
. ning koesterde. Hij erkende, dat de Belgen zoowel de
l irrigatieder Kempen, als de scheepvaart behartigden,
maar dat maakte weinig uit, daar wij juist hetzelfde
{ deden, al hadden dan ook de Nederlandsche hevloeüingen
i eene veel geringer uitgebreidheid, dan de Belgische. Over
de vraag, of de bestaande afleidingen al of niet met de
I tractaten en overeenkomsten in strijd waren, meende de
Minister zich bij het hangen der onderhandelingen niet
te kunnen uitlaten. De Minister erkent, dat de scheep-
"" ··.·_ ··,j, ‘r‘._ .‘l-- I ·- ·= . wegging