HomeDe Maas, de Zuid-Willemsvaart en de wateraftappingen in BelgiëPagina 45

JPEG (Deze pagina), 683.66 KB

TIFF (Deze pagina), 6.41 MB

PDF (Volledig document), 55.79 MB

- . . g " ?;;. v W. _ v«.. . »A,,q . ;__>_;__:
l
57 T
hg door den heer vm RAPPARD vervangen. Op den 5"°" ­’vï
i October 1856 kwam nu het rapport van de Commissie
in de tweede Kamer in beraadslaging. De heer Tnonnacxa 1-
deed bg die gelegenheid uitkomen, dat hg volkomen ii
diligent was geweest en dat op het niet antwoorden van _
de Belgische Regering op de laatste nota niet kon wor-
[ den getreden in het denkbeeld om eene Commission mixle
1 te benoemen.
ä Hg zeide: j
«Hoe dat zg, Mijnheer de Voorzitter, het vorig Gou- "
i vernement heeft dat van 1849 tot 1855 geregtvaardigd.
In den herfst van 1852 en in de eerste maanden van
I 1855 waren twee vertoogen bij het Ministerie ingekomen
1 van de Kamer van Koophandel te Maastricht over de drie
hoofdgrieven, die ik in het begin mgner rede heb aan- ‘
gestipt. Die vertoogen zijn door den toenmaligen Minister
van Binnenlandsche Zaken ten onderzoek in handen ge-
à steld van de betrokken ambtenaren. Hun rapport was,
toen die Minister in April 1855 aftrad, nog niet ontvan­
2 gen. Het kwam in bg den nieuwen Minister, die daarop
onderdagteekening van den 28St°" Jung van dat jaar
heeft geantwoord. Het antwoord is gerigt aan den Kom-
missaris des Konings in Limburg, met verzoek om me-
dedeeling aan de Kamer van Koophandel te Maastricht.
Ik zal daaruit, met inachtneming van den regel, dien ik
mg, zoo als ik zeide, bg deze geheele discussie heb ge-
g steld, enkel voorlezen hetgeen met opzigt tot mgn tegen- i
woordig doe] onmisbaar is: