HomeDe Maas, de Zuid-Willemsvaart en de wateraftappingen in BelgiëPagina 41

JPEG (Deze pagina), 693.18 KB

TIFF (Deze pagina), 6.42 MB

PDF (Volledig document), 55.79 MB

- i ‘‘‘' n ‘ ‘2 t - -t ,A<, ;`l g < .=:· t er

ss a
2 de zitting van 28 December 1855, bragt de heer vm
' H ltiicknvonsm. de zaak ter sprake. Bij die gelegenheid heb
t` ik dien afgevaardigde ondersteund en de zaak ernstig de D
B aandacht der Regering aanbevolen. '
S · Den 29 December van datzelfde jaar rigtte ik een af· l
" zonderlijk adres uit ’s Hage aan de beide Ministers, aan {
l wie de zaak aanging. Toen reeds heb ik er op gewezen , t ·
H dat het eenige middel om een einde te maken aan den ii
tl bestaanden wederregtelijken toestand daarin gelegen was , i
°` dat men door de sluizen te Maastricht niet meer water i
E ä behoorde door te laten dan strikt noodig was om de seheep­
H vaart op de kanalen van Antwerpen en Beverloo, benevens
i' de Zuid­Willemsvaart te onderhouden. De heer van HALL L
" achtte dit een goed «hnismiddeZ1y'e», maar verklaarde te ` Yi
C willen beproeven, wat men langs den weg der onderhan­ i ii
E delingen gedaan kon krijgen. H j
" In de zitting van 15 Maart 1856 interpelleerde de heer ‘
H T Honamckn den Minister van Binnenlandsohe Zaken op nieuw
" over de kwestie der wateraftappingen. Hij rigtte de vraag ‘
U i aan de Regering, of de zaak sedert het VOI‘ïg jaa? Was
6 E gevorderd en of zg uitzigt kon geven op de waarborging
gt en handhaving onzer regten? De Minister antwoordde ook
l` ditmaal, dat hij de bezwaren der belanghebbende adres-
[B Q santen grootendeels gegrond achtte; hij was met zijn
it ambtgenoot voor buitenlandsche zaken in overleg getreden; Qï
n de zaak was onderzocht en de verdere behandeling was
k nu een punt van internationaal belang, geheel tot de be- ir ?
n moeijenissen van het Departement van Buitenlandsche
A ,.,,, v .; ,=.· =-t ,·i:, + gtit .·ï.i -- o wh D