HomeDe Maas, de Zuid-Willemsvaart en de wateraftappingen in BelgiëPagina 21

JPEG (Deze pagina), 665.83 KB

TIFF (Deze pagina), 6.39 MB

PDF (Volledig document), 55.79 MB

4 ?
l derlandsche llegering werd gevestigd op het toen aange-
l kondigde voornemen van België om eenige werken nahü
j de sluis der Zuid­Willemsvaart n°. 19 publiek aan te be-
lt steden, «welke tot aanvoer van water zouden moeten
dienen voor het vruchtbaar maken der Kempen, gedurende
den lagen zomerstand van de rivier de Maas. » De inspec-
teur van den waterstaat, de heer Fsaamo, in wiens
handen de missive van den Commissaris des Konings in
het Hertogdom Limburg, den heer E. van Mrzeuwmv , ge-
dagteekend 25 December, benevens die van den heer
Coivmn waren gesteld, ondersteunde met de meest moge-
lijke kracht diens beschouwingen. In zijn rapport aan den
Minister van Binnenlandsehe Zaken, den heer Tnonnaeke,
van 28 December 1850, zeide hg het navolgende: L
A «De zaak is duidelijk voorgedragen in het rapport
va11 den heer hoo1`dingenieur in l1et Hertogdom dd. 24 L
dezer n°. 9979. Om dezelve uit het, mijns inziens, juiste l.
standpunt te beschouwen , moet men het volgende in aan-
merking nemen: 1 J
«Het voorzegde kanaal is onder den naam van Zuid-
Willemsvaart vóór 1850 aangelegd en derhalve tijdens de 1 `,.‘ j
j tegenwoordige Koningrijken der Nederlanden en België ik 1
eenen eenigen Staat vormden. In het tijdvak van 1830 _
tot aan den vrede was het Belgische bestuur meester van
{ de sluis n°. 19, te Hocht. Om zich onafhankelijk te maken i
` van ophouden van water te Maastricht, werd door gezegd u
K Belgisch bestuur ter regterzijde van de sluis n°. 19 eene fp é
met de Maas in verband staande inleidingssluis (mie prise
1
ä . C ,1 i. . ··.. N » ·.·· e ..e