HomeDe Maas, de Zuid-Willemsvaart en de wateraftappingen in BelgiëPagina 12

JPEG (Deze pagina), 729.32 KB

TIFF (Deze pagina), 6.45 MB

PDF (Volledig document), 55.79 MB

`‘‘ ‘`»‘
4
meester te maken. Daarom heet het aftappingskanaal, ge- Z.
. voed door aan ons ontrool`d water, le canal de fonction de i
la Meuse Et l’Eseant. Het bewijs van het nadeel aan Neer- i
lands belangen toegebragt, ligt in den feitelijken toestand.
‘ ik Dat nadeel is tweeledig. De Maas bevond zich vroeger in
9 bevaarbaren staat, nooit zün toen klagten van ernsti­
; in gen aard gerezen. De stand van de Maas in 1842, een
g jaar, dat door zijn droegen zomer hier bijzonder in aan- Al
‘ i merking komt, was nog 22 duim A. P. Koning Winnen li
i I begreep zoozeer het belang van de Maasvaartvoor Noord-
.i en Zuid­Nederland, dat hij de Zuid­Willemsvaart deed
T graven , ten einde bü lagen waterstand van de Maas altijd
K een voldoenden waterweg te hebben, niet alleen voor de
kleinere Maassoliepen, die toen in elk jaargetüde konden
j varen , maar ook voor de grootere vaartuigen uit het Noor-
t den , die zoodoende tot boven Luik toegang konden krügen.
Wat hebben wij ten opzigte van Maas en Kanaal zien
4 gebeuren? Terwül de Maas door drooge zomers leed, is
België begonnen een tal van uitgestrekte en grootsche wer-
‘ ken op zijn grondgebied aan te leggen , zoowel voor zijn
è E canal de navigation als voor de besproeijing der Kempen,
, alles gevoed door Maaswater. De toestand van de Maas is
r door de onophoudelüke wateraftappingen van dien aard
T ‘ geworden, dat zij voor een groot gedeelte van het jaar
ophield een’ waterweg te zijn. Wij zullen de schets van
den toestand der rivier en van het lot der oeverbewoners
overnemen, door een lid der Eerste Kamer gegeven , die
_ waarlük niet van overdrijving is te beschuldigen , want.
.’.. d``' iiii i.i` iii,i ]