HomeOntwerp in betrekking tot Frieslands Handel, Nijverheid, Scheepvaart en Afstrooming, opgehelderd door 2 kaartenPagina 29

JPEG (Deze pagina), 662.10 KB

TIFF (Deze pagina), 6.89 MB

PDF (Volledig document), 22.12 MB

E
27 i l
_ waar de ondernemers tevens hebben te zorgen voor
scheeps- en stroomkanalen. I,
Er zün misschien nog enkelen die bezwaren zien in ,
· het droogleggen der meren met het oog op boezem-
verkleining en landbesproeiing, doch deze bezwaren
moeten zeker vrü denkbeeldig zgn, als men weet, dat
voor droogmakerüen en inpolderingen concessie-verlee­ ,
ning da arom nog nimmer geweigerd is, en ook, dat
tegen die verleeningen nog nimmer iemand opkwam.
Wij integendeel beschouwen die opruiming der over- ~
tollige waterplassen zeer wenschelükg we nemen aan "?,
dat ze de hoofdoorzaken zijn der opstuwing van het ij;
water en der aanslibbing van de kanalen , terwijl het
tevens onze overtuiging is, dat juist het verkleinen
der vvaterboezems eene spoediger afstrooming ten ge-
volge heeft, omdat daardoor ieder stroom-getij zich meer
tot de kanalen zelven bepaalt.
Bovendien, de steeds stijgende waarde der landerijen _,
in aanmerking nemende, is het droogleggen der meren ‘
slechts eene quastie van tijd, en wanneer men het oog
op de andere provinciën slaat, dan loopt Friesland in ··*
dit opzicht zünen tijd zeker niet vooruit.
De Heeren Brunings en Galand, die in hunne me- F
morie over den toestand van Frieslands bin-
V nenlandschen waterstaat een plan tot verbete~
ii ring aanwezen, bespreken ook de opstuwing des waters
· door de meren, toonen aan dat de boezem zelve in ii
Friesland, in vergelüking met andere, zeer groot is,
zeggen bovendien dat van het groene land in ons ge-
west ’s winters wel het achtste gedeelte onderloopt,
dringen aan op verkleining door algemeene bepoldering
5
E

1
l
_ - = E, /