HomeGeeft met verschuldigden eerbied te kennen, de Raad der gemeente Stad-Doetinchem: dat hij met de meeste belangstelling gezien hePagina 7

JPEG (Deze pagina), 1.12 MB

TIFF (Deze pagina), 9.62 MB

PDF (Volledig document), 6.06 MB

l
Verken aan Z. M. den Koning, o. a. in dat van 1873, door den Minister van
Binnenlandsche Zaken de Oude IJssel, als tot de bevaarbare rivieren behoorende,
op bladzijde 206 N". 7 wordt opgegeven, zoodat art. 577 van het Burgerlijk Vet-
hoek op deze rivier van toepassing is;
dat de Staten van Gelderland, overtuigd van de onmogelijkheid om
het werk tot stand te brengen, zonder uitvoering van Rrjkswege, niettemin hebben
getoond, welk onberekenbaar nut de verbetering van den Oude-Llssel voor eene `
groote, nog geheel van het voorrecht van spoorwegen verstoken, landstreek zoude
hebben, door (na uitvoerige discussie) zonder hoofdelijke stemming, eene in de Ge-
schiedenis van Gelderland ongekend hooge subsidie van f300.000 te beloven,
indien het werk binnen den tijd van 8 jaren op daarbij gestelde voorwaarden door
het Rrjk wordt uitgevoerd;
dat de Raad voornoemd, na de toezegging van deze zeer belangrijke
subsidie en de in de Staten-vergadering van Gelderland gevoerde beraadslagingen
zich met grond meende te mogen vleijen, dat op de begroeting van het Departement
van Binnenlandsehe Zaken voor het dienstjaar 1877 een post zoude uitgetrokken
zijn, om een begin van uitvoering te geven aan de verbetering der Rüksrivier,
de Oude-IJssel; ”
dat hij hierin zeer teleurgesteld is, door te ontwaren, dat andermaal
de betrekkelijke post slechts voor memorie is uitgetrokken, daar de Minister, hoe
ook overigens genegen om deze goede zaak te helpen tot stand brengen, van oor- ­
deel is, dat de Oude-IJssel geene Rijksrivier zoude zijn;
dat alle plannen van gemeentebesturen en partikulieren tot verbetering
der rivier, waartoe reeds voor ongeveer drie eeuwen octrooi werd verleend, geen
resultaat hebben opgeleverd, zoodat hü overtuigd is, dat er nimmer iets van dat
belangrijke werk kan komen, zoo het Rijk zich niet met de uitvoering belast, en
met genoegen gezien heeft, dat dit gevoelen blijkens het voorloopig verslag over
Hoofdstuk V der Staatsbegrooting ook door de afdeelingen uwer vergadering ge- W
deeld werd;
dat hij voorts met bescheidenheid wijst op de kanalisatie van den
Hollandsche-Llssel, alwaar aanvankelijk dezelfde bezwaren werden geopperd, doch
het werk door het Rijk uitgevoerd is met büdragen der betrokken provinciën;
dat de toestand van den Oude-Llssel niet langer zoo blijven kan, daar
die rivier geheel zonder toezigt is en elk jaar minder bevaarbaar wordt, terwijl
ook het internationaal belang bij de verbetering dier rivier niet uithet oog mag
verloren worden;
Redenen waarom de Raad voornoemd Uwewergadering zeer eerbiedig
maar dringend verzoekt, bi_j de behandeling der begroeting van het Departement
van Binnenlandsehe Zaken, dienst 1877, in beginsel aan te nemen, dat het werk
der verbetering van den Oude­lJssel door het Rijk moet worden uitgevoerd!