HomeDoor den Raad dezer Gemeente daartoe gemagtigd, veroorlooven wij ons, u te verzoeken, het bij Uwe Vergadering aanhangige ontwerpPagina 1

JPEG (Deze pagina), 861.32 KB

TIFF (Deze pagina), 7.28 MB

PDF (Volledig document), 2.36 MB

""v
i'
AFDRUK C .
Aan
de TWEEDE KAMER DER STATEN­GENERAAL
. Door den Raad dezer Gemeente daartoe gemagtigdpveroorlooven wij
ons, U te verzoeken, het bij Uwe Vergadering aanhangige ontwerp van
Wet tot indeeling van de landaanwinningen in het Oostelijk IJ en daar-
aan gelegen wateren, bij de in dat ontwerp genoemde gemeenten, zooals
het daar is liggende, niet aan te nemen.
Naar het oordeel van het Gemeentebestuur, alsmedejvan de Commissie-
welke ten vorige jare, ingevolge art. 131 der Gemeentewet is gekozen, en
omtrent het Wetsontwerp, door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland
opgemaakt, heeft geadviseerd, - kan er meer rekening worden gehouden met
het belang van Amsterdam en met de billijke wenschen welke die ge-
meente ter wille van handel en nijverheid kan doen gelden, dan in dit
ontwerp is gedaan. .
Het valt wel is waar niet te ontkennen, dat het grondgebied dezer ge-
meente aanzienlijk wordt uitgebreid, maar voor verreweg het belangrijkste
gedeelte geldt die uitbreiding terreinen, welke, óf oorspronkelijk tot haar
gebied hebben behoord, of door aankoop haar privaateigendoin zijn geworden,
. óf zoodanige, voor welker toevoeging bij deze gemeente, aanzienlijke ver-
goedingen zijn bedongen en toegezegd.
Behalve hetgeen onder een der bovengenoemde categoriën is te brengen,
wordt aan Amsterdam een stuk van Polder III toegewezen, waarvan de
oppervlakte wel is waar niet gering is, maar dat slechts over eene lengte
van-’_;·_ 500 meters aan het Noordzeekanaal paalt, zijnde die lengte gemeten,
van de tegenwoordige grens van Amsterdam, tot die in het Regeringsont-
werp "beschreven.
Volgens het ontwerp door Gedeputeerde Staten opgemaakt, zou Amster-
dam in dien polder ongeveer 2500 meters langs het kanaal ontvangen.
Het Regerings-ontwerp voegt intussschen bij Zaandam, wat eerstgenoemd
_ ontwerp ten deele onder Amsterdam bragt.
Wij erkennen gaarne, dat de gronden, welke daarvoor in de Bïemorie van
Toelichting tot het Regeringsontwerp zijn aangegeven, billijk zijn, doch be-
treuren het, dat, terwijl aan den handel en de nijverheid van Zaandam
werd gedacht, niet tevens het oog gevestigd werd op Amsterdams handel
en nijverheid, en de bevordering daarvan, integendeel, ter wille van de
Zaandamsche, wordt beperkt.