HomeDe zelfstandigheid van het provinciaal bestuur, volgens de GrondwetPagina 8

JPEG (Deze pagina), 768.96 KB

TIFF (Deze pagina), 6.75 MB

PDF (Volledig document), 27.80 MB

376
. strüd met de wet, eene andere regeling heeft doen invoeren.
Dit is dan ook eigentlük de bedoeling van den schrijver,
zoo als blijkt uit hetgeen verder gezegd wordt. Theoretisch
moge waar zijn , dat de grifïier ambtenaar der provincie is
en de grifiier alzoo niets te maken heeft met de werkzaam-
heden , aan den commissaris des Konings , buiten de Pro-
vinciale wet , opgedragen ; in de praktijk ontstaan daaruit de H
grootste moeijelükheden. Dezelfde bureau­ambtenaren zün A
belast met werkzaamheden , behoorende tot de bevoegdheid
van de gedeputeerde Staten en behoorende tot die van den
commissaris. Indien de griilier alleen het toezigt houdt over
de eerste soort van werkzaamheden , zoude voor den com-
missaris een andere hoofdambtenaar onmisbaar zijn, aan
wien het toezigt over de tweede soort wordt opgedragen. _
Hieruit zullen ongetwijfeld botsingen ontstaan. Een voor-
beeld van zoodanige botsing is 1nij bekend in de provincie i‘
Overijssel, waar, onder het vorig reglement, tegen den geest
van dat reglement, eene dorgelüke verhouding tusschen den
griflier en een hoofdambtenaar van het bureau was inge-
voerd. Het komt mij met de Bosch Kemper jammer voor ,
dat het amendement op art. 41 , in der tijd door den Heer
van Randwijk voorgesteld, niet is aangenomen. Het schünt
toch geenszins ongrondwettig den griffier, al is hh in de I
eerste plaats dienaar der Staten, tevens te belasten met het
bijstaan van den commissaris in die werkzaamheden, welke `
aan dezen , buiten de Provinciale wet , zün opgedragen.
II. Ik kom thans tot de tweede vraag, of aan de Staten,
bij de regeling van het provinciaal huishou-
de n , die bevoegdheid is gegeven en voortdurend wordt toe-
gekend, welke in den geest der Grondwet ligt. Hetgeen de
Bosch Kemper bij deze gelegenheid op pag. 566 en volgende
schrüft, verdient alle behartiging. ,,lIen klaagt dikwnls
over te groote centralisatie, maar inderdaad zijn de provin-
ciale en plaatselüke besturen daarvoor het meest verantwoor-
delük. BU een werkzaam , ordelievend, voortvarend minis-
ter , die vertrouwen heeft op de juistheid züner inzigten , is
het natuurlük dat hh de magt van goedkeuring, aan de