HomeDe zelfstandigheid van het provinciaal bestuur, volgens de GrondwetPagina 6

JPEG (Deze pagina), 768.86 KB

TIFF (Deze pagina), 6.80 MB

PDF (Volledig document), 27.80 MB

z
e
374
door de Staten: er staat onbepaald: waaraan, volgens
de regelen door de wet te stellen, worden opgedra-
gen. Het algemeen beginsel, dat eene onafhankelüke ver-
gadering , die benoemt , ook de instructie mag geven , moet
worden ingeroepen , om tot de conclusie van den Heer de
Bosch Kemper te komen. Maar dan Hlëlg 1nen vragen , of j
de Staten , als zij regelen stellen , onder anderen ook voor
de uitvoering van rükswetten , wel als eene geheel onafhan-
kelüke vergadering kunnen beschouwd worden en of het 0
niet allezins rationeel is , dat de instructie voor de gedepu-
teerde Staten door den Koning worde goedgekeurd. De
schrü ver meent , dat het 0 n d e r g o e d k e u r in g v a n d e n
K o n i n g m a k e n, in art. 150 der Provinciale wet, iets an-
ders beduidt dan hetgeen elders b. v. in art. 140 dierzelfde
wet, gelezen wordt 0 n de rw e r p e n d i e a a n O n z e g o ed-
k eu rin g. Ik zie daarvoor geen genoegzamen grond en dit i
te minder, omdat in de IVI. v. T. der wet , als reden der i
büvoeging onder goedkeuring van den Koning ,
wordt opgegeven: opdat het niet twijfelachtig zoude zün,
dat de instructie ten dezen opzigte met eene provinciale ver-
ordening gelijk werd gesteld. De goedkeuring wordt aldaar j
ook omschreven als eene b e k r a ch t i g i n g des Konings , j
zoodat ik niet geloof dat art. 150 eene preventieve goedkeu-
ring heeft willen invoeren. - De tweede vraag is, of het l
voorschrift van dit artikel in 1851, bij het maken der te- j
genwoordige instructiön voor gedeputeerde Staten, wel naar ~ j
zgn geest is toegepast. De schrijver zegt: ,,Men heeft aan
onderscheidene aanmerkingen van den minister moeten toe- i
geven, op de bedreiging, dat anders de goedkeuring niet {
zoude volgen -­ zoodat de instructiën gedeeltelijk door den l
minister zün gemaakt.” Maar is dit juist geredeneerd? Kan .
hetzelfde niet gezegd worden van elk e aanmerking, door de
centrale regeermagt op eene provinciale verordening ge-
maakt? Indien de Koninklüke goedkeuring nooit geweigerd
mag worden , dan is het voorschrift van Grondwet en wet
doelloos. Kan ze geweigerd worden , dan zal de weigering l
zich vertoonen in den vorm van eene aanmerking , door den ’
F
u
l