HomeDe zelfstandigheid van het provinciaal bestuur, volgens de GrondwetPagina 38

JPEG (Deze pagina), 699.10 KB

TIFF (Deze pagina), 6.80 MB

PDF (Volledig document), 27.80 MB

l
406
die l1Ell`1(l€lil`|g€’1l ve1·bonden zgn: en ik blijf met de Bosch
Kemper van gevoelen , dat aan de gedeputeerde Staten hun
grondwettig regt , 0111 te waarsclmwen, niet moest ontnomen
worden.
En hiermede meen ik müne taak te hebbe11 afgeweven.
Ik l1eb , aan de hand Vflll den seherpzinnigen schrüver , niüne
aandacht gevestigd op verscliillende punten , uit welke zoude
blijlïell dat de grondwettige bevoegdheid der provinciale
j Staten , zoowel bij de vaststelling der Provinciale wet, als
in de ministeriëele praktük schade had geleden. Ik was het
j dikwijls met de beginselen van den schrijver eens, maar
l verschilde ll’1G@l`111£Ll€l1 i11 de toepassing. Een enkele maal
zelfs meende ik een gel1eel ander beginsel te 111oeten aan-
nemen. Over l1et algemeen kwam ik tot de gevolgtrekking,
dat de denkbeelden van den Heer de Bosch Kemper alle
behartiging verdienen, maar dat hij, in zün overgroote vrees
voor centralisatie, wel eens sclirikbeelden heeft gezien , waar
ze, 11aar 111ijn gevoelen, niet bestaan. Wvordt daardoor de =
waarde van züne beschouwingen verminderd? Ik zo11de het
i niet denken: de Heer de Boscl1 Kemper is een uiterste wach-
tcr, die e11 regering en volk waarschuwt, wanneer ook slechts
een (llllll`1l1)1`C€(lV0l`(ll3 afgeweken van die 011310 hankelüke wer-
king van provinciale en gemeeinebesturen, welke zoowel de
Grondwet als het staatsbelang schijnen te vorderen. Zijne
waarschuwingen getuigen van een diep inzigt i11 011ze staats-
instellingen, van een groote kennis van alles wat op het l .
Sl{IZll`l{`llll(llg tOOll(‘6l YOOl`Y2llt , Yälll GQIIG `VEIl`llI@ liefde YOO1` l
ware, constitutionele vrijheid. Ivie zoude die waarschuwi11­ l
gen 11iet gaarne willen l1oore11 en ter harte nen1e11, ook dan l
V211111€€¥l` ze soms van eene al te groote vrees getuigden!
M1-. H. vAN Loenen.
Januarij , 1866.
I
2
l
E