HomeDe zelfstandigheid van het provinciaal bestuur, volgens de GrondwetPagina 36

JPEG (Deze pagina), 816.54 KB

TIFF (Deze pagina), 6.86 MB

PDF (Volledig document), 27.80 MB

g .
?
Y 404
zoude ik twijfelen of hier een afkeurend vonnis te pas kwam.
j Zoodanige brieven zijn het, van welke men in de verslagen
van vergaderingen van gemeenteraden gewag ziet gemaakt.
I De schrijver vermeldt nog een voorbeeld, hoe van tüd
I tot tüd het beginsel is miskend, dat de gedeputeerde Sta-
; ten de grondwettige raadslieden der gemeentebesturen zijn. j
« ,, Overeenkomstig dit beginsel wilden de Staten van Noord-
v Holland in 1851 , dat de gedeputeerde Staten bn hunne in-
g structie verpligt werden de gemeentebesturen opmerkzaam
te maken op hunne onwettige reglementen , alvorens zg de
schorsing of vernietiging voordroegen. De minister Thorbecke
l oordeelde echter deze bepaling strüdig met art. 146 der Pro-
, vinciale wet.” De instructie werd om deze en andere redenen
I door den Koning niet goedgekeurd en bij eene gewnzigde
1 instructie werd de eerst voorgedragen bepaling weggelaten.
v ,, Na de aftreding evenwel van den minister Thorbecke is
I hetgeen door dezen als een onwettige bepaling was afge-
1 keurd, door de behoefte van het administratieve leven in
, gebruik gekomen , zoodat thans teregt in de meeste provin-
» ciën aan de algemeene regering slechts de reglementen wor-
den medegedeeld, wanneer de gemeentebesturen door de
4 bedenkingen van gedeputeerde Staten niet worden overtuigd
j van het gebrekkige.” Zie bladz. 587 en 588. Ik kan mij
QV grootendeels met het hier door den schrijver uitgedrukte
gevoelen vereenigen en geloof, dat de minister eene al te
te strenge uitlegging gaf aan art. 146 der Provinciale wet,
lt toen hg het beginsel aannam, dat de gedeputeerde Staten
niet bevoegd waren de gemeenteraden uit te noodigen het
j, gebrekkige in hunne reglementen te veranderen, maar dat
die reglementen dadelük ter vernietiging moesten voor-
dragen. Het toezigt dat en Grondwet en Provinciale wet
aan de Staten opdragen, schnnt deze tusschenkomst van Ge-
deputeerden allezins te wettigen. Voor de behoeften van
« het administratieve leven is die tusschenkomst eene weldaad: I
want hoe groot zoude anders het getal verordeningen znn ,
dat bij Koninklijk besluit moest worden vernietigd! Derge-
jl lijke vernietigingen voor te komen, is wenschelük, omdat
I
l
Qi
, I