HomeDe zelfstandigheid van het provinciaal bestuur, volgens de GrondwetPagina 35

JPEG (Deze pagina), 763.63 KB

TIFF (Deze pagina), 6.82 MB

PDF (Volledig document), 27.80 MB

403
deputeerde Staten van eene of andere provincie werd ge-
vraagd? En juist dit vragen was de oorsprong van de
meeste circulaires van den minister van Binnenlandsche
zaken over de Gemeentewet: het een of ander collegie van
gedep. Staten verzocht inlichtingen : die inlichtingen werden
i gegeven en dan insgelüks aan de overige collegien van
gedep. Staten medegedeeld. Er schijnen zeer weinig aan-
schrijvingen van de ministers van Binnenlandsche zaken te
bestaan, waarin deze ongevraagd en omtrent aangelegen-
heden , bij welke van geen dadelnke strüd met de wet sprake
kan zijn, aan de gemeentebesturen voorschriften geven. Ik
weet op het oogenblik geene andere dan de bekende aan-
schrgving van den minister Thorbecke omtrent de verver-
schingen der stembureaus:. lVaren er meer dergelüke aan-
. schrijvingen van dien minister uitgegaan, zouden wel
zijn opgespoord. Zün er werkelijk meerdere, hetzü door ge-
noemden staatsman, hetzü door andere ministers geschre-
ven, dan is er alle reden om, met den Heer de Bosch Kem-
per , daarover een afkeurend oordeel uit te spreken. De ge-
deputeerde Staten behooren een zelfstandig toezigt over de
gemeentebesturen te voeren; de minister, die daarin tus-
schenbeide treedt, zonder dat zulks wordt gevorderd door
een bepaald algemeen belang of door eerbied voor de wet,
handelt noch voorzigtig noch in den geest der Grondwet.
Ten aanzien der vraag, ot` de minister van Binnenlandsche
zaken met de gemeentebesturen in onmiddelijke briefwisse-
ling mag staan , moet, müns bedunkens , ook eenige onder-
scheiding gemaakt worden. Loopt de briefwisseling over
eene zaak, aan het toezigt van gedeputeerde Staten onder-
worpen , b. v. over eene uitlegging der Gemeentewet, over
eene armenzaak , dan is die verbreking van de natuurlijke
en grondwettige orde zeer at` te keuren. Ik weet dan ook
niet , of van zoodanige correspondentie voorbeelden bestaan.
lV[aar, worden er brieven gewisseld over andere zaken b. v.
over een rükssubsidie voor een kunstweg, hetwelk men
wenscht dat de minister aan den Koning voordragen zal;
over een subsidie voor een Hoogere Burgerseliool, dan
xi 27